En dan komt de dag dat ik genoeg moed heb verzameld om mijn allerbeste vriendin te vertellen wie ik echt ben.
We hebben net samen gegeten en buiken uit aan haar eettafel. Onze broekriemen zijn een gaatje verder gegespt. De afwas kan wachten.
“Wil je koffie?” vraagt ze. Vanuit de keuken houdt ze een doos bonbons omhoog omdat ze weet dat ik die zo lekker vind. Zij is degene die mijn frustraties kent. En zij is het die tijdens een weekendje weg met een gifgroen algenmasker op haar gezicht op het bed naast me zit.
‘Ook al kust hij onhandig en nat, het doet hem zichtbaar plezier dat ik mezelf tegen hem aan krul’
Toch verzwijg ik al twee jaar dat ik naast mijn kantoorbaan een dubbelleven leid. We hebben weleens gesproken over mijn angst haar te verliezen, en die vrees heeft me elke keer tegengehouden. “Je kunt me alles vertellen. Echt”, zei ze dan. En ik dacht aan mijn donkere geheim dat haar zou laten zien hoe rot ik vanbinnen ben. Ze zou niet de eerste vriendin zijn die de benen nam na dit nieuws. Vooroordelen, geloof en slechte ervaringen houden me tegen. Of is het angst? Het jezelf beter voordoen dan je bent om de ander niet teleur te stellen?
Ze heeft me net een behoorlijk intiem verhaal verteld en dat raakt me intens. Ze laat me zo dichtbij komen. Wat is ze lief. Ik wil iets zeggen, maar het lukt me niet. Staalblauwe ogen kijken me aan. “We kunnen elkaar alles vertellen, toch?” vraagt ze, doelend op haar pikante maar onschuldige ontboezeming. En dan barst ik in snikken uit. Met gierende uithalen snotter ik wat onsamenhangende woorden. Ze strijkt een losgevallen pluk haar achter mijn oor. “Meisje toch”, troost ze. En met een kapotgedraaid bonboncellofaan in mijn handen snif ik dat ze iets van mij moet weten.
Twee dagen heb ik me opgesloten. Direct nadat ik na mijn biecht thuiskwam, heb ik mijn vriendin een brief geschreven waarin ik haar bedank voor haar vriendschap. Verteld dat ik oprecht van haar gehouden heb en dat altijd zal doen. Ik heb de brief nooit verstuurd. Tussen hoop en vrees tik ik routineus de dagen af. Ik besef wat ik op het spel heb gezet en denk aan de impact van de beloning of de straf. Mijn keuze heeft me zo veel gebracht, en toch zo veel ontnomen. Terug van het boodschappen doen ligt er een enveloppe op de mat. Ik herken haar handschrift meteen.
De enveloppe ligt voor me op tafel. Al uren. Ik heb eraan gevoeld en geroken, maar het blijft een gewone dubbele kaart. Twee mokken koffie heb ik al op. De briefopener is nog ongebruikt. Uiteindelijk neem ik een besluit. In de wc met de deur op slot scheur ik met ijskoude vingers de bovenkant los en sluit mijn ogen een moment. Het ronde handschrift is even sierlijk als haar gedachten. Ze heeft een keuze gemaakt en gekozen voor mij. Tranen druppelen op de tegels. Zelfs na zes keer lezen staat het er nog.
Dit artikel verscheen eerder in LINDA. 118.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
High-class escort Amber: 'Dan doet hij het krankzinnigste voorstel dat ik ooit heb gekregen'
















