Pas als er niemand bij de kassa staat en ik zeker weet dat de hele Etos leeg is, loop ik naar de balie. Voor de vorm heb ik een fles shampoo op het witte doosje gelegd, zodat niet direct zichtbaar is wat ik eigenlijk kom kopen.
En ik realiseer me meteen dat heel veel vrouwen deze truc waarschijnlijk toepassen. Mannen maken zich er vast ook schuldig aan als ze condooms kopen. Het meisje aan de kassa zegt niks en vraagt niks. Zou ze iets denken? Oude vrouw koopt zwangerschapstest. Misschien voor haar dochter.
Toen Job net dood was, kreeg ik regelmatig de vraag of we een nieuw kind gingen maken. Hallo, zei ik dan, ik ben 46. Maar dat hoefde geen probleem te zijn, beweerden de vraagstellers. Want Katja Schuurman. Want Eva Jinek. Inmiddels ben ik 48.
In mijn leven ben ik vaker in verwachting geweest dan ik kinderen op de wereld heb gezet, dus mijn idee van een zwangerschap is niet fraai. Voor mij betekende het vooral overgeven, stressen en tevergeefs hopen op een goede afloop. Maar nu is alles anders. Ik ben al een jaar en negen maanden geen moeder meer. Zou ik er opnieuw eentje willen worden? Los van de fysieke kans op slagen: zou ik het wíllen?
Van die vraag heb ik de hele nacht wakker gelegen, vanaf het moment dat mijn man vroeg of ik me geen zorgen maakte vanwege het uitblijven van mijn menstruatie. Tot dan toe had ik me daar inderdaad niet druk over gemaakt. Ik wijdde de weldadige rust in mijn buik aan mijn leeftijd. Overgang! Maar na zijn vraag schoot opeens de optie ‘zwanger’ wortel in mijn brein. Mijn hemel, stel dat.
Als het kind achttien werd, was ik 67 en Rob 74. De kinderkamer waar Job zeventien jaar sliep, had ik al omgebouwd tot schrijfkamer. Zou ik alles weer willen ontmantelen voor een mogelijk nieuwe baby? Hoe moest zo’n nakomeling tot bloei komen in de schaduw van zijn grote broer? Kon het überhaupt, van een nieuw mensje houden na het overlijden van de liefde van mijn leven? Was ik – waren we – niet te veel veranderd sinds Jobs dood?
Ik moest nu, hoe pijnlijk ook, toch de voordelen onder ogen zien van een kinderloos bestaan. Zomaar de deur uit wandelen zonder oppas te regelen, niet meer op de minuut met Rob afstemmen hoe laat ik terug zou komen van de sportschool zodat hij direct na mij kon gaan en ik de zorg voor onze zoon weer overnam. Vakanties plannen buiten het hoogseizoen, ongestoord de hele dag aan een artikel werken. Maar vooral: de lichtheid van het bestaan. Hoe onverteerbaar ook, het leven zonder (gehandicapt) kind is vele malen makkelijker dan het leven met een (gehandicapt) kind, hebben we intussen ervaren. Willen we terug naar de tropenjaren?
Op de route van de Etos naar huis zie ik overal baby’s. Ze bungelen in draagzakken, slapen in wandelwagens, maken me aan het huilen als ik zie hoe liefdevol ze getroost worden door hun ouders. Ja, zo voelde het om een kind te hebben. Zo warm, zo dichtbij, zo compleet. Ik zou me nooit meer hoeven afvragen waartoe ik op aarde was. Stel dat… Pas als Rob thuis is, durf ik over het staafje te plassen. Niks aan de hand natuurlijk. Ik word gewoon oud.
