Als puber nam journalist José Rozenbroek zich voor om altijd haar eigen geld te verdienen, want zo idioot zuinig als haar moeder wilde ze nooit worden. En afhankelijk van een man al evenmin.
Al mijn leven lang werk ik hard en graag, als redacteur, als journalist, als hoofdredacteur. Alleen toen er kinderen kwamen, deed ik een stapje terug, naar vier dagen in de week. Mijn man bleef fulltime werken; een dag per twee weken nam hij een papadag – hoewel die term godzijdank nog niet bestond. Groot was mijn schuldgevoel als ik die twee meisjes drie of vier dagen per week naar de crèche bracht, maar ook weer niet zo groot dat ik er minder door ging werken.
Het was een prima kinderdagverblijf met lieve leidsters en onze dochters gedijden er goed. Ik vond mijn werk heerlijk en mijn ambitie was groot. Bovendien was het geld dat binnenkwam ook lekker. We konden in een mooi huis wonen, twee keer per jaar met vakantie en ik hoefde aan niemand rekenschap af te leggen als ik weer eens overbodige laarzen kocht of bespottelijk dure Oilily-maillootjes voor de meiden.





















