Niet alleen de katholieke kerk ligt onder vuur vanwege misbruikzaken. Ook bij de Jehovah’s Getuigen komen steeds meer slachtoffers naar buiten met schokkende verklaringen.
Ze vertellen erover in Zembla: Misbruik op weg naar het Paradijs. (NPO)
Steeds meer verhalen komen naar buiten
Seksueel misbruik binnen de gelederen van de Jehovah’s Getuigen is geen zeldzaamheid, zo blijkt uit de verhalen van slachtoffers en experts in het programma. Wereldwijd komen steeds meer meldingen binnen van mensen die zeggen te zijn misbruikt door iemand uit de gemeenschap. Juist omdat die zo gesloten is, met strenge regels, komt misbruik veelvuldig voor, stelt predikant en onderwijsinspecteur Dick Würsten. Hij is gespecialiseerd in sekten en kindermishandeling.
Strikte omgeving
Würsten: “Sex hoort volgens Jehovah’s alleen binnen het huwelijk. Maar als het zo strikt is geregeld, terwijl de aangeboren impuls veel wilder is en alle kanten op kan gaan, dan is het risico van zo’n groep dat dat op een nare manier ontspoort, veel groter dan in een omgeving waarin men ’tastenderwijs’ zoekt naar ‘hoe kunnen we de seksualiteit op een menswaardige manier in een relatie gieten.” Als iemand al kenbaar maakt dat hij of zij is misbruikt, dan wordt dat intern ‘opgelost’ wat in de praktijk eerder de doofpot is.
‘Hij gebruikte mijn lichaam als een soort landkaart’
De verhalen zijn aangrijpend. Hadassah werd misbruikt door een oom. “Hij gebruikte mijn lichaam als landkaart om de verhaaltjes duiding en kracht bij te zetten. Ik moest als achtjarig meisje naakt tussen hem en mijn tante in slapen.” Marc heeft autisme. Zijn belager, ouderling en een vriend van de familie, benaderde hem op een seksuele manier: “Hij maakte misbruik van mijn eenzaamheid.”
Maar kinderen werden ook fysiek mishandeld. Henri begon zijn leven al met een slechte start: hij werd als baby mishandeld en belandde in een kindertehuis. Het Jehovah-pleeggezin waar hij als kleuter terechtkwam, sloeg en vernederde hem jarenlang. “Ik kreeg twaalf stokslagen, want ik was bijna twaalf jaar.” Buitenshuis probeerde hij een zo normaal mogelijk leven te leiden, maar ontsnappen was geen optie. “Als ik naar huis liep wist ik: ik kom weer in de wereld van het geestelijk paradijs.”