Basisscholen krijgen eerder dan gepland extra geld om de werkdruk te verlagen. Daarmee kunnen ze extra leerkrachten aannemen en zo andere docenten ontlasten.
Dat schrijft minister van Onderwijs, Arie Slob, aan de Tweede Kamer.
Meer geld, minder werkdruk
Het kabinet besloot bij zijn aantreden al geld uit te trekken om de druk op leerkrachten te verlichten. In eerste instantie zou het extra geld er pas na volgend schooljaar bijkomen. Het onderwijs vond dat veel te lang duren en drong erop aan dat Slob het geld eerder beschikbaar zou stellen. Dit schooljaar kreeg een gemiddelde school 35.000 euro, na de zomer wordt dat jaarlijks een halve ton.
Extra docenten
Basisscholen verdelen op dit moment de taken voor volgend schooljaar. Ze kunnen met het naar voren gehaalde geld bijvoorbeeld extra juffen en meesters aannemen. Of een muziek- of gymleerkracht, een onderwijsassistent of een conciërge. Maar ze kunnen het geld ook besteden aan automatisering, die onderwijzers werk uit handen kan nemen.
‘Stap in de goede richting’
CNV Onderwijs is “heel erg blij met het naar voren halen van 94 miljoen euro door minister Slob”. De bond gelooft dat de werkdruk hiermee op korte termijn verminderd kan worden, iets waarvoor CNV zegt gestreden te hebben. “Ze lossen hiermee niet het lerarentekort op, maar het is een stap in de goede richting”, aldus voorzitter Loek Schueler.
Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) geeft Slob geen extra geld, maar is er sprake van een boekhoudkundige truc. “Het is een kasschuif waarmee geld dat beschikbaar zou komen in 2020/2021 naar voren wordt geschoven. Dat het geld slechts beschikbaar komt voor het basisonderwijs, is een ontkenning van de problemen in andere sectoren zoals het voortgezet onderwijs en universiteiten”, aldus een woordvoerder.