Deze week dacht ik serieus dat ik dement werd. Of bestolen. Of allebei.
Mijn dochter kwam eten, dus ik besloot ’s ochtends alvast boodschappen te halen, zodat ik de rest van de dag in één ruk achter mijn laptop kon doorwerken.
Met een uitgebreide lijst voor een nieuw recept fietste ik naar de Albert Heijn. Ik vulde mijn karretje en ging op zoek naar die heel specifieke burrata. Mazzel: er lag nog precies één in het schap. Bij de zelfscan rekende ik een goed gevulde Albert Heijn-tas af.
'In mijn hoofd hadden zij de makkelijke versie van onze vader gekregen en mijn zus en ik de moeilijke'
Thuis meteen achter de laptop. Pas uren later bedacht ik dat de boodschappen nog in de koelkast moesten. Waar was mijn tas met boodschappen? Ik keek eerst op de logische plekken: de keuken, de gang, de tafel. Daarna op minder logische plekken: de slaapkamer, de badkamer, het balkon. Mijn huis is zeventig vierkante meter, normaal gesproken ben ik daar niet langer dan drie minuten iets kwijt. Geen tas.
En ineens wist ik het. Het was me vaker gebeurd dat ik iets in mijn fietskratje had laten zitten, dus ik rende naar buiten. Geen tas. Was die tas uit mijn fietskrat gejat? Of had ik ‘m bij de supermarkt laten staan? Ik terug naar de supermarkt. Bij de servicebalie vroeg ik of er een tas met boodschappen was gevonden. Binnen een minuut stonden er vier mensen als een opsporingsteam door elkaar te roepen: “Heeft iemand boodschappen gevonden?” “Wat zat erin?” “Hoe bent u naar buiten gelopen?” Geen tas.
'We stonden pontificaal op de cover: Nieuwe liefde voor Tatum. Inclusief foto's, gemaakt met een telelens'
Ik fietste weer naar huis en zag op een pleintje een paar middelbare schooljochies zitten. Van die verveelde Oud-Zuid-pubers. Naast hen stond een Albert Heijn-tas. Precies zo vol als die van mij. Ik stopte. “Hebben jullie toevallig een tas met boodschappen gevonden?” vroeg ik, terwijl ik naar die tas wees. “Zo een.”
“Nee nee nee”, zeiden ze. Iets te snel. Verdacht snel. Eigenlijk wilde ik eisen dat ik in hun tas mocht kijken, maar dat vond ik net iets te Karen-achtig. Ik nam mijn verlies. En hoopte voor ze dat ze toevallig precies hetzelfde recept in de planning hadden staan. Ik was beroofd van mijn dochters avondeten. Er zat niks anders op: terug naar de supermarkt. Ik kocht dezelfde boodschappen opnieuw. Met een degradatie van burrata naar mozzarella.
Daarna deed ik alles heel mindful met mijn boodschappentas. Thuis trok ik, ook heel mindful, de koelkast open en wat bleek: alle boodschappen die ik een paar uur eerder had gehaald, lagen al netjes ingeruimd op de plank. Op dat moment kreeg ik kortsluiting. Ik bleek die hele tas dus al te hebben uitgepakt en ingeruimd, zonder daar één bewuste herinnering aan over te houden. En ik had dus een groep pubers – met waarschijnlijk alleen een paar zakken paprikachips in die tas – bijna vals beschuldigd.
‘Die avond danste ik met twintig mannen zonder ook maar met één van hen te willen tongen’
Kijk, ik vergeet tegenwoordig best weleens wat. Namen. Woorden. Waarom ik naar de badkamer liep. Of ik zoek mijn leesbril terwijl die gewoon op mijn hoofd staat. Maar belangrijke dingen vergeet ik niet. Ik check alles driedubbel: sleutels, gas, agenda, mailtjes. Ik leef alsof ik mijn eigen stagiaire ben. Maar dit vond ik behoorlijk eng. Hoe kun je een complete boodschappentas uitpakken zonder dat je je daar ook maar iets van herinnert? Hopelijk blijft het bij één brainfog. En mocht het toch dementie zijn, dan heeft het in ieder geval één voordeel: ik doe kennelijk veel.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik woon ruim twintig jaar in dezelfde huurwoning, de keuken zat er al in toen ik erin trok'
















