Verlaten vrouw

Nora (71): ‘Ik zou altijd zijn grote liefde blijven, maar moest hem dit avontuur nu even gunnen’

Nora (71) vond hem al leuk toen ze nog getrouwd was, maar toen ze eindelijk wat kregen en ze haar huis had verkocht, belandde hij ineens in een verlate puberteit.

“Hij was iemand uit onze kennissenkring: een lange man met kleine jongens­billen en brede schouders. Ook qua karakter was hij de tegenpool van mijn echtgenoot: vriendelijk, beschaafd en kalm. Het was me al eerder ­opgevallen dat ik heel blij werd wanneer hij ineens zijn hoofd om de deur stak, maar pas toen mijn huwelijk op de klippen liep, durfde ik het aan om ons contact te verdiepen. Alles in het geniep, want ik wist hoe ze in het dorp reageren: niemand zou geloven dat onze relatie pas na mijn huwelijk was begonnen. Maar toen we na drie jaar eindelijk wilden gaan samenwonen, werden er door vrienden noch familieleden vraagtekens gezet achter de volgorde der dingen en werd hij met open armen ontvangen als mijn nieuwe partner. We ­voelden ons zelfs vrij om samen een nieuw huis te kopen. Het werd een soort Hollywood­villa met een zwembad, een sauna en fitnessruimte. Zo’n huis paste helemaal niet bij mij, maar was het niet geweldig om op deze ­overdadige plek een al even overdadige liefde te kunnen beleven? Telkens als hij naar mij keek, spatte de verliefdheid uit zijn ogen. Elke dag zei hij dat hij van me hield en van me genoot. Vriendinnen kwamen zwemmen en iedereen was even verrukt, al merkte ik op den duur ook een zeker ongemak als mijn lief opmerkingen maakte, bijvoorbeeld over hun chloorvoeten op ons Franse eiken. Dan kwamen ze geen tweede keer. Ik snapte het wel, hij had er hard genoeg voor gewerkt. Dat hij hard bleef werken, ’s morgens al om zes uur vertrok en ’s avonds om negen uur pas thuiskwam, dat ik soms urenlang ongeduldig op hem zat te wachten: ik nam het op de koop toe.
We waren een jaar of acht samen toen we op een avond naast elkaar aan de bar in het dorp zaten. We kwamen hier wel vaker en uit het niets zei hij: ‘Ik heb de laatste tijd een raar gevoel, alsof ik in een ballon zit. Ik krijg geen lucht meer en voel me benauwd.’
Waar komt dat gevoel vandaan, wilde ik weten, eerder blij met zijn openhartigheid dan gealarmeerd. ‘Jij bent een vrouw van de wereld’, antwoordde hij. ‘Jij hebt diverse relaties achter de rug, maar ik heb die vrijheid gemist. Ik denk dat ik ook weleens een tijdje in mijn eentje op stap wil.’ Hij bezwoer me dat ik altijd zijn grote liefde zou blijven. Hij wilde me absoluut niet kwijt, maar ik moest hem dit avontuur nu even gunnen. Hoe dat avontuur er precies uit zou zien, werd niet duidelijk en ook over de vraag hoelang ‘even’ zou duren, liet hij niks los. Maar ik liep zo over van liefde dat mijn kritiekloze begrip daar als vanzelfsprekend achteraan huppelde. Ik kende hem als contentieuze, serieuze man vol plichtsbesef en loyaliteit, en dat opgesloten gevoel had ik zelf ook gehad in mijn huwelijk. Dus vanzelfsprekend gunde ik hem zijn ontdekkingstocht. ‘Ga je gang,’ zei ik enigszins verbouwereerd maar vastbesloten, ‘zolang je maar weer terugkomt en: géén seks.’ Dat beloofde hij.
Er brak een rare tijd aan. Het begon met in zijn eentje een avond naar de kroeg, maar dat veranderde al snel in zes avonden in de week. Het café ging om twee uur dicht, maar hij kwam vaak pas om vier uur in de ­ochtend thuis. Waar was hij de tussenliggende uren? Stond hij dan nog wat na te kletsen op een parkeerplaats? En met wie? Wanneer ik hem ernaar vroeg, gaf hij geen ­antwoord. ‘Nee, nee, geen vragen stellen’, zei hij resoluut. ‘Laat mij maar, alles komt goed. Dit is mijn proces.’

Ik voelde me steeds ongemakkelijker over mijn positie.
Op een keer, toen we zaten te borrelen aan onze keuken­tafel en ik hoopte dat het bier hem loslippiger zou maken, informeerde ik opnieuw naar de status van onze relatie en naar zijn avontuur. ‘Ik ontmoet vrouwen,’ zei hij, ‘Daar blijf ik dan een paar dagen mee en dan is het weer over.’ Misschien had hij verwacht dat ik vooral het tweede deel van de zin zou onthouden, maar ik bleef natuurlijk haken bij het eerste. Vrouwen? Welke vrouwen precies? Ik vond het heel naar, maar had ik niet zelf ingestemd met dit alles? Dan mocht ik nu eigenlijk niet zeuren. Ik verdreef mijn frustratie met keiharde muziek en ijsberen door het huis. ‘Sorry dat ik je zo veel verdriet doe,’ zei hij dan als hij eindelijk weer verscheen, ‘maar ik ben nog niet klaar.’
Vrienden en vriendinnen verklaarden me voor gek met mijn begripvolle houding, maar wat moest ik? Ik was nog nooit zo verliefd geweest, had geen andere keus. Op de spaarzame momenten dat we samen waren, bleef hij zeggen hoe gek hij op me was. Pas na maanden raakte mijn geduld op. Even voor mijn verjaardag zei ik: ‘Ik wil maar één cadeau en dat is duidelijkheid. Blijf je bij me of ga je weg?’ In plaats van me, zich verontschuldigend, om de nek te vliegen, keek hij me koeltjes aan en zei hij: ‘Daar wil ik over nadenken.’ Ik bleef hopen dat het nog altijd niet te laat was, er waren immers voldoende momenten waarop hij me wist te over­tuigen van zijn eeuwige liefde.
Kort daarna liet hij me per telefoon weten dat hij toch definitief voor mij koos. Ik belde mijn vrienden: jongens, alle ellende is achter de rug. Met zijn allen vierden we groots mijn verjaardag. Nog steeds wilde hij niks zeggen over wat hij allemaal had gedaan en met wie, vragen stellen bleef verboden, maar wat maakte het uit. Voorbij was voorbij. Maar twee weken later ging het alsnog mis. ‘Het gaat me toch niet lukken’, was zijn even simpele als meedogenloze excuus. Toen werd ik voor het eerst razend. Driftig rukte ik de gouden oorbellen die ik van hem had gekregen uit mijn oren en gooide ze in de open haard. ‘Wat doe je nu?’ riep hij, ‘Die branden niet eens.’ Maar het kon me niet schelen. En toen hij even later wat spullen bij elkaar zocht en op weg ging naar een tijdelijk onderkomen, hielp ik hem inpakken. Ik deed brood, kaas, boter en zelfs een blik erwtensoep in een tasje. Biertjes, lakens, handdoeken. Niet om hem zo snel mogelijk de deur uit te krijgen, maar omdat ik gewoontegetrouw voor hem wilde zorgen. Ik zwaaide hem uit voor het raam, er lag een dik pak sneeuw, zijn sjieke auto gleed er doorheen als in een film. Zou ik er achteraan rijden en dan eindelijk weten bij wie hij was als hij niet bij mij was?
Dat bleek niet nodig. Niet veel later ontdekte ik dat er inderdaad een andere vrouw in het spel was: onaantrekkelijk, zeer gelovig en twintig jaar jonger dan ik. Uit woede knipte ik uit al zijn mooie hemden het cijfer 50, de leeftijd die hij recent had bereikt en die hem in een midlifecrisis had gestort. De vijf uit het ene voorpand, de nul uit het andere. Daarna hing ik alles weer terug in zijn kast. Ik stuurde zijn minnares jaloerse, kinderachtige berichtjes. Dat ik veel leuker was dan zij, dat zij hem niet verdiende. En nog jarenlang pijnigde ik me met de vraag hoe onze grote liefde zo had kunnen ontsporen. En dat allemaal door mijn eigen schuld. Ik wilde nooit meer trouwen of samenwonen, nooit meer een man.
Pas zestien jaar later, in 2017, ging ik nog één laatste keer op Tinder. Dit keer was het meteen raak en bleef het raak. Ik had nooit verwacht dat ik ooit nog zou durven geloven in de liefde, maar ben nu toch alweer vijf jaar gelukkig getrouwd. Ik heb de ontgoocheling goddank overwonnen.”•

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.268 HALLO, IS DAAR IEMAND? lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor Melody (51): ‘Na 13 jaar maakte hij het uit via een appje’Melody (51): ‘Na 13 jaar maakte hij het uit via een appje’Lees ook