Ogenschijnlijk kleine veranderingen zijn vrij groot, zeker als het om persoonlijkheid gaat. Zo was mijn vader pre-Parkinson altijd veel te vroeg voor een afspraak. En verwachtte dat van een ander ook. Toen hij ouder werd verdween de flexibiliteit. Als ik aangaf rond het middaguur langs te komen, dan belde hij me gerust om 12.03 uur op, waar ik toch bleef.
Deze ochtend moeten we op tijd bij het ziekenhuis zijn. Puck en ik pikken hem om half negen thuis op, zoals afgesproken. Als we binnenkomen zit hij op zijn dooie gemak aan het ontbijt. Traag kauwt hij een boterham. “We moeten wel zo weg, anders neem je het broodje mee”, zeg ik na een knuffel. Ik pak zijn jas, een beetje mopperend grijpt hij zijn portefeuille. Hij moet nog naar de wc. “Pap, heb je de medicijnuitdraai bij je?” Hij knikt. Het stond op de uitnodiging voor het onderzoek: bril en medicijnen-update meenemen. Als hij de badkamer uit komt strompelen, wijst hij richting tafel: “Dat moet ook mee.”

“Eh. Wat is het?” vraag ik. “Plas”, antwoordt hij. “In een potje.” ”Dat is niet nodig”, meld ik overtuigd. “Het staat niet in de uitnodiging.” “Jawel, het moet wel mee”, zegt hij eigenwijs. “Bij een afspraak in het ziekenhuis moet je altijd urine meenemen.“ Wat is het toch aan deze man, dat hij het bloed zo snel onder mijn nagels vandaan haalt? “Prima”, zeg ik kortaf. Ik gris het potje van tafel en loop de keuken in waar ik drie boterhamzakken uit de lade pak, die ik om het potje wikkel. Een elastiek maakt het geheel waterdicht.
“Het past in de zak van mijn rollator,” zegt pap bijdehand. “Je weet hoe het de laatste keer is verlopen?!” Pap doet alsof hij geen idee heeft waar ik op doel. Toen hij, na zijn tachtigste, nog een auto had moest hij gekeurd worden voor zijn rijbewijs. Op weg naar die keuring had hij een potje urine mee. Die was slordig dichtgedraaid. In een scherpe bocht viel het potje uit de middenconsole, de inhoud vloog op mijn vaders schoot.
Het hele wagenpark is mee naar het ziekenhuis: Puck duwt haar opa in een rolstoel, ik loop met zijn rollator, want de geriater wil zien hoe hij precies beweegt. We worden een huiskamer, althans dat moet het nabootsen, ingestuurd om te wachten. Pap tovert daar een pak koekjes uit de rollator. Ik wil niet weten of het potje plas erop of onder lag. Als hij mijn verbaasde gezicht ziet, zegt hij lachend: “Biscuitjes… tegen het kwijlen.” Vlak daarna worden we opgehaald. Puck en ik gaan met de verpleegkundige mee, pap volgt de geriater.

De verpleegkundige stelt veel vragen. ‘Wanneer bent u boodschappen voor uw vader gaan doen?” Na mijn antwoord vraagt ze doodleuk: “En waarom deed u dat?” “Goede vraag”, zeg ik. “Omdat het mijn vader is en hij mij ook altijd helpt.” Na een tijd begeleidt ze ons weer richting de woonkamer waar Puck en ik een potje kaarten. “Oh.. mijn vader heeft nog urine opgevangen en meegenomen. Geen idee waarom”, zeg ik tegen de verpleegkundige wanneer ze voorbijloopt. “Dat is niet nodig”, zegt de vrouw. “Dacht ik al. Gek toch?” vraag ik. “Je hebt geen idee hoeveel oudere mensen standaard hun urine meenemen naar een afspraak. We vragen het hier nooit.” Ik lach en constateer dat het een generatiedefect moet zijn.
De resultaten zijn binnen, we mogen het samen met pap bij de geriater aanhoren; slechte mobiliteit, groter valrisico. Het geheugen is goed en ook meteen de reden dat hij voorlopig geen indicatie krijgt. “Nee, dan moet je tegenwoordig echt dementerend zijn.” Bedankt, geriater.
“Qua probleemoplossend vermogen en situaties overzien, bent u niet zo goed als ik u zou inschatten meneer Olde Olthof”, zegt de geriater streng. “Hoezo?” vraagt pap, licht geïrriteerd. “Welke test was dat?” “Nou, dat ik u bijvoorbeeld vroeg vijf dieren op te noemen. De volgorde en traagheid die daarbij gepaard ging, baart me zorgen.” Hij gromt, zogenaamd om zijn keel te schrapen en zegt dan boos: “O die test. Nou ja, toen was ik er al helemaal klaar mee.”
Conclusie is dat mijn vader naar een fysiotherapeut moet en opgeschaald moet, qua zorg. Als we weglopen en pap in de rolstoel vooruitduwen pak ik het plastic pakketje uit de rollator: “Zullen we de plas maar in de prullenbak gooien?” Hij reageert niet, alsof het niet aankomt. Toch slim hoe hij die ziekte soms als manipulatie inzet, denk ik.
Als Puck samen met hem bij de uitgang wacht tot ik de auto heb opgehaald bromt hij tegen zijn kleindochter: “We waren dus te vroeg, ik had nog prima verder kunnen ontbijten.”
Twee dagen later ontvang ik onverwachts bloemen aan de deur. Aan de bos hangt een kaartje waarop staat: ‘Bedankt voor de escortservice, x pap’
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
