We gingen naar Festival Op de Ring. De verwachtingen waren hooggespannen. Als werkende ouder met kleine kinderen zijn de momenten dat je even kopje onder kunt gaan in een roes van feestvreugde, vertier en losbandigheid schaars.
Als ze überhaupt nog voorkomen worden de ‘even lekker losssss’-momenten vaak al weken of zelfs maanden van tevoren gepland.
Dat heeft als voordeel dat je je er lekker lang op kunt verheugen. Het heeft als nadeel dat de realiteit die verwachtingen vaak nauwelijks nog kan waarmaken. En ander risico is dat alle opgebouwde stress, sleur en algehele knaldrang er op dat ene moment van geplande oplading uit moet komen, waardoor je als roestig geworden partyganger genadeloos uit de bocht vliegt.
Ze zei: 'Beetje triest, vrouwen die nadat ze moeder zijn geworden nog steeds naar festivals en feesten gaan'
Toen mijn vriend en ik een paar jaar geleden in het heetst van onze tropenjaren samen naar Lowlands gingen – onze dochter was net een peuter, onze zoon net een kleuter – snakten we na maanden van slaapgesprek en hectische werk-gezinslogistiek naar een weekend vol feest, ook al had ons lichaam vooral behoefte aan slaap.
Op dag 1 lag mijn vriend nog voor borreltijd gevloerd in zijn tent. Dag 2 liep ik eindeloos heen en weer naar de camping omdat ik de chaos van te veel dronken mensen en te weinig Dixies niet meer kon verdragen. Op dag 3 gooide mijn vriend een kan kokendhete koffie over zijn voet, waardoor hij met krukken en een brandblaar ter grote van een plak salami de rest van het festival moest uitzitten.
Nu kun je denken dat zulke ervaringen een mens uiteindelijk doen besluiten om het losgaan dan voortaan maar te laten, maar het mooie van ons mensen is dat we hardleers zijn. En het mooie van mislukkingen is dat ze uiteindelijk alsnog vaak eindigen als een geromantiseerd verhaal.
Afgelopen weekend deden we weer eens een poging. We hadden zowaar kaartjes bemachtigd voor het veelbesproken festival op de ringweg van Amsterdam. Met grote moeite oppas geregeld. Mijn vriend had de dag ervoor alvast ov-fietsen veilig gesteld. Ik had een kekke jurk uitgezocht, een blitse hoed tegen de zon. Niets kon nog misgaan.
Met een koud biertje in de hand liepen we onder de blauwe wegwijzerborden door, de snelweg op, opgewonden benoemend hoe historisch en iconisch het allemaal wel niet was. Historisch en iconisch was het. Takkeheet was het ook. En druk. En een tikje claustrofobisch. Al met al matchte het niet super met de staat van stress en lichte uitputting waar ik me vanwege mijn naderende boekdeadline al weken in bevond.
'Geen vraag zo dodelijk als: 'Maar jij bent toch de moeder?''
Het ‘festivalterrein’ bestond uit lange stroken loeiheet asfalt waarop drommen mensen heen en weer liepen, onduidelijk waarheen precies. Er was op de hele ring één rave waar alle uitgelaten feestgangers hun zinnen op hadden gezet, zo ook wij, maar na een half uur synchroon schuifelen in de verzengende zon, doemde aan de horizon een bord op met de omineuze tekst ‘RAVE = VOL. KEER OM!’. Maar waar we vandaan kwamen was niets, behalve nóg meer mensen.
Gaandeweg begon de vrolijke roes waar ik aanvankelijk nog in verkeerde om te slaan in een gevoel van onbehagen. De oprit waar we binnen waren gekomen was ver, de oprit waar we er weer af zouden kunnen nog verder. De hitte bereikte een hoogtepunt, het te snel gedronken bier sloeg in. Niet veel later volgde de duizeligheid van de sigaret die we in ons overmoedige enthousiasme weer eens hadden gerookt. Het begon met een voorzichtig “Ik vind dit eigenlijk niet zo chill”, tegen mijn vriend. Het eindigde met mij, zittend in het gras tussen twee bosjes achter de vangrail, terwijl ik mezelf al neuriënd weer richting de ontspanning probeerde te ademen.
Uiteindelijk wisten we ons via een omslachtige klautertoer langs een grassig veldje en scheefgezakt hekwerk een weg naar buiten te banen, weg van het festijn waar we weken naar hadden toegeleefd. Op weg naar onze fietsen liepen we langs een groep vrienden die op het feest der feesten duidelijk ook niet hadden gevonden wat ze zochten. Een van hen zei tegen de vriend die naast hem liep: “We gaan wel gewoon zéggen dat het vet was hoor”. Zijn vriend sloeg hem met een troostend gebaar op zijn schouder. “Sowieso, bro. Sowieso.”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Prima idee om kinderen weer vrijer te laten, maar kan de omgeving dat ook aan?'

















