Van de zorg over haar kind tot klussen in huis: elke week schrijft Carolien Spaans voor LINDA. over alles waar je als alleenstaande moeder tegenaan loopt.
“Carolientje, hoe gaat het?” ‘Wat denk je zelf, je ziet mijn gezicht toch?” “Goed zo mop, doorzetten!”
Ik mag snauwen tegen mijn buurvrouw, ze is zelf ook ooit gestopt met roken. Haar man nog niet dus die hoest alsof-ie slavenarbeid in de mijnen verricht. Ik zit op dag vijf, steeds denk ik: vandaag is de ergste dag, maar dat blijkt dan niet zo te zijn.
Ik heb al honderd columns geschreven over stoppen met roken, roken in het algemeen, het gekuch, de schaamte, de pogingen, het falen, het getob en mijn zoon die zijn moeder nog heel lang nodig heeft. Dit is poging 1173, ik houd het niet bij, maar zo ervaar ik het na dertig jaar.
'Soms staat Jean ineens in het perfecte aantal pixels op mijn netvlies, alsof hij gisteren nog naast me zat'
Deze keer gaat het me lukken, dat voel ik, als ik het oppervlakkig houd. Daaronder zit de knaagvraag: echt joh, Carolientje, loser, je weet wel beter toch? Maar hoop doet leven, letterlijk in dit geval, of zoals mijn moeder blijft herhalen: op een dag lukt het wel.
Mensen die nooit hebben gerookt (of alleen voor de lol) weten het niet. Dat fabrikanten de grootst mogelijke rotzooi erin stoppen om je maar verslaafd te houden. Dat ze dat vaak ook lukt, zelfs nu een pakje richting de veertien euro gaat. Dat sigaretten zorgen voor stemmetjes in je hoofd: toe dan, eentje nog, daarna is het klaar, neem maar lekker. Dat je heel sterk in je schoenen moet staan om die af te slaan, en ik sta niet sterk in mijn schoenen. Daar zorgen die fabrikanten voor.
Ik vloek, tier en snauw de dagen door, in het verkeer is niemand veilig voor mijn toorn. Luuk geeft me schouderklopjes en zegt dat hij trots op me is, daarna kijkt hij zijn filmpje af terwijl ik pannen door de keuken smijt. Ik slaap hooguit twee uur per nacht, nog zo’n fijn afkickverschijnsel, het draagt in ieder geval niet bij aan een beter humeur. Eerlijk is eerlijk: tussen het ge-godver door ben ik blij, ik hoest niet meer en als ik de trap op loop, sterf ik niet van benauwdheid. Zo snel gaat dat.
Ik denk dat ik er ben, op dag zeven. Hè hè, wat een monumentaal moment! Totdat ik opeens, alsof ingegeven door een hogere macht (weer die fabrikant) besluit het heugelijke nieuws te vieren met een sigaret. Er is geen discussie mogelijk, ik fiets al naar het tankstation als een mak schaap. Smerig! De tweede minder, de derde is als vanouds. Binnen een uur, hè.
Morgen is het weer klaar, ik zweer het op mijn gekruiste vingers. Maar nu echt.
'Voor nagenoeg elke handicap is tegenwoordig een oplossing, maar niet voor mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht'

















