Van de zorg over haar kind tot klussen in huis: elke week schrijft Carolien Spaans voor LINDA. over alles waar je als alleenstaande moeder tegenaan loopt.
Dankzij de lenigheid der menselijke geest is er tegenwoordig voor nagenoeg elke handicap een oplossing. Mannen met mommy issues en een klein pikkie kunnen dictator worden. Als niemand van je houdt, dan is er altijd nog chocolade, mensen zonder bone structure wenden zich tot contouring en als je bang bent voor honden maar er toch eentje wilt: ziedaar de labradoodle.
Het is wachten tot AI compleet is ingeburgerd en we kunnen als soort voortaan dom en lui achteroverleunen tot we 150 zijn, want dat zit er ook nog aan te komen.
Voor een handjevol problemen is nog niks bedacht. Op dit moment zit ik te springen om een oplossing voor mijn eigen euvel, ruimtelijk inzicht. Ik hang namelijk achterstevoren op een meter of zes boven de grond, met mijn hoofd onder Luuks oksel en ondertussen probeer ik mezelf in zijn buurt te houden, een knoop op te lossen en mijn zoon te kalmeren. Dat is veel tegelijk, en ik voel ook nog veel tegelijk, waarbij irritatie de boventoon voert.
‘Hij gaat bevend naar school, loopt grauw de trap op, een paar uur later komt hij stralend weer naar buiten’
We zijn in het klimbos, niet onze vaste maar eentje in Almere. Alles wiebelt hier meer, “Het is véél hoger – aaaahhh help!”, aldus mijn zoon bij de kleuterroute. En we moeten bij deze locatie ook een helm op, waardoor het zweet van m’n hoofd gutst.
Ik ben zojuist achter hem aan geziplined voordat hij zijn plateau heeft verlaten, dat mag niet maar ik kon niet anders, de jongen heeft een vastloper. Hangend als een soort vleermuis zie ik nu van dichtbij het euvel: het touwtje van zijn haak zit verdraaid met het touw van het opvangkussen. Hij kan niet verder, ik kan er niet bij en ik heb geen idee hoe deze ogenschijnlijk simpele puzzel is op te lossen. Ja, iets met onderdoor en eroverheen stappen, maar geen idee welke kant op. In geval van nood kun je een medewerker roepen, in de verte komt er een op haar dooie akkertje aanlopen.
Genoeg tijd voor mij om mijn allergrootste tekortkoming te vervloeken, want ik zíé dit soort dingen gewoon niet. Niet hoe groot de nieuwe kast moet worden, ook al heb ik dat stukje tien keer opgemeten. Niet hoever de boom van mijn autobumper zit. Niet hoe de elementenbank op z’n voordeligst opgesteld moet worden. Ik heb het ruimtelijk inzicht van een dwarsfluit en dan beland je dus in dit soort situaties, met een kluwen touw en een gillende zoon (zijn tekortkoming is hoogtevrees, vandaar het therapeutische klimbos).
Daarvoor is dus nog niks bedacht, dat vind ik stom, ik wil een robot die zegt: “Onderdoor, overheen, nu mama opzij … ja, hurk, hurk, stap en gaan staan.”
Voor nu moet ik het doen met een meisje dat hetzelfde naar boven schreeuwt, in luttele seconden staan we beiden uitgeput maar ontward naast elkaar. Ik duw mijn helm recht en zeg tegen Luuk dat we hier nooit meer gaan klimmen, niet tot de toekomst ons heeft ingehaald. Ik reken op jullie.
'Soms staat Jean ineens in het perfecte aantal pixels op mijn netvlies, alsof hij gisteren nog naast me zat'

















