Hij is dik. Niet een beetje gezet of zelfs maar fors. Nee, Arend is van het formaat waarbij een sumoworstelaar slank afsteekt. Handen als kolenschoppen. Een buik waar je een kleuterklas op kunt laten rolschaatsen.
“Hoi amber.” Hij kijkt me guitig aan. “Ik heb er zin in.” Hij geeft me de envelop met het afgesproken bedrag. Ik maak in mijn hoofd een rekensommetje. Als hij op mij ligt, stik ik. Als ik op hém lig, is zijn penis waarschijnlijk te kort.

















