Evelien (52) vroeg haar man of hij soms moe was. ‘Nee’, zei hij. ‘Ik ben verliefd op een ander.’
“Ik had die avond gekookt, ik denk dat het rijst was, dat aten we meestal op vrijdag. Mijn man zat een beetje voor pampus op de bank, ik streek met mijn hand door zijn haar, gaf hem een kus en zei: ‘Ben je moe, jongen?’ Hij keek me aan met een blik die ik niet kende. Vijandelijk, afwerend, verslagen. Een dier in het nauw. In de dertig jaar dat ik hem kende, had ik hem nooit eerder zo zien kijken.
De afwas was net gedaan, het zal rond acht uur geweest zijn. Ik keek nog eens. Vissenogen leken het. Ik vroeg: ‘Ben je soms kwaad op me?’ Hij antwoordde: ‘Ik zal het je maar meteen zeggen: ik ben verliefd op een ander.’ Daarop verdween zijn koele blik, het veranderde in iets strijdvaardigs. Kom maar op, leek hij te willen zeggen. Ik ben klaar voor de storm.
Soroya (36): ‘Hij ging uitgerekend op mijn verjaardag met die vrouw op zakenreis’


















