Hij is leuk, joviaal en empathisch. Ernst heeft bovendien een prachtlijf en frisse tanden. Ik slik wanneer we kennismaken.
Hij heeft een cadeautje meegebracht: twee dure geurkaarsen.
“Voor nu, en daarna voor jezelf.” Zelfs aan lucifers heeft hij gedacht. En aan een fles champagne. “Vind je het erg als we eerst even knuffelen? Ik ben best onzeker over mijn lichaam.” Verbaasd kijk ik hem aan. Met deze man kun je juist pronken.
En wat is hij lief! Voorzichtig neemt hij me in zijn armen. Ik zoen hem, niet alleen omdat ik dat hoor te doen, maar ook omdat hij me ontroert. Bedachtzaam kust hij terug, zijn ogen gesloten. Hij is nerveus, merk ik aan het dralen. Wanneer ik zijn T-shirt wil uittrekken, sjort hij het weer omlaag. Zou hij zich schamen voor littekens? Heeft hij brandwonden? Traag kleed ik me uit en klop bemoedigend op het laken wanneer ik op bed ga zitten. Aarzelend volgt hij, tot hij naakt en fris voor me staat.
Ik zie meteen wat hij bedoelt. Ernst, charmante, knappe Ernst heeft een minipenis. Een druipkaars van zo’n acht centimeter. En dat is inclusief de lange roze tuit die als bij een ballon onderaan hangt. De eikel zit net over de helft, zie ik aan de vorm. Ik voel hoeveel deze man overwint om zich aan mij te tonen en vraag niet waarom hij geen besnijdenis overweegt.
“Kom”, help ik. Ernst klimt op me, zijn puntzakje zacht en onschuldig. Met gespreide hand streelt hij mijn buik, zo zacht dat het tintelt. Aarzelend liefkozen zijn vingers mijn dijen, buik en taille. Daarna wordt het kneden. Sensueel. Begerig. Uitdagend. Ik word er geil van. Tergend langzaam dalen zijn handen af naar mijn schaamstreek, zonder dat ik er controle over lijk te hebben.
Ik voel mijn vocht. Glijmiddel is vandaag niet nodig. Mijn beweging lijkt Ernst het laatste zetje te geven. Met twee vingers schuift hij zijn overschot aan voorhuid naar achteren over zijn inmiddels stijve penis. Terwijl hij de huid omlaag blijft trekken, help ik hem met het condoom. Ik voel mijn gretigheid. Deze man maakt me gek. Waarom gaat hij niet naar een dokter? Waarom lijdt hij zo?
Wanneer Ernst in me komt, houdt mijn gedachtestroom op. Al direct voel ik hem, behoedzaam maar trefzeker. In zijn bewegingen zoekt hij met zijn handen de mijne. Pas na ruim twintig minuten – hij stopt af en toe om zichzelf af te remmen – drukt hij zijn heupen een paar seconden kreunend tegen mijn onderlijf. Ik ben ook stilletjes gekomen. Een doodzonde, maar wat was het bijzonder.
Onmiddellijk daarna schiet hij in zijn boxer, komt weer bij me liggen en zoent zacht mijn oogleden, net zolang tot we oogcontact maken en glimlachen. Bij het afscheid tovert hij een goudkleurig luxe doosje met krullint tevoorschijn. “Bonbons. Omdat je zo lief bent.” Een man als Ernst. Welke vrouw zou nou niet voor hem in de rij staan?
Dit artikel verscheen eerder in LINDA.
'Ik zal hem missen, pijn brandt in mijn maag. Maar ik ben wie ik ben, en ik hou van mijn werk'















