Kindertherapeut Caroline Beerkens (37) – zelf moeder van drie – geeft aan de hand van haar eigen ervaringen nuchtere en praktische inzichten over opvoeden. Deze week: wat zien mijn dochters als ze naar mij kijken?
Volg jij LINDA.mini al op Instagram?
Ik sta in mijn beha voor de spiegel wanneer Coco de badkamer binnenloopt. Ze zoekt een bruisbal en begint zonder iets te vragen alle laatjes open te trekken en vooral veel op de grond te gooien. Terwijl zij achter mij een bende maakt, kijk ik naar mijn borsten.
Sinds ik ben gestopt met het voeden van Jones zijn ze weer veranderd. Ze zijn zachter, leger en hangen lager dan voordat ik drie kinderen kreeg. Met lager bedoel ik dat mijn ellebogen inmiddels aardig in zicht komen. Ik draai een beetje opzij, til er eentje op en laat hem weer los.
Caroline Beerkens: 'Mijn enige taak was mijn baby voeden en zelfs dat leek ik niet goed te doen'
Ik weet natuurlijk dat een lichaam verandert door zwangerschappen, bevallingen en borstvoeding. Dat huid ouder wordt en de zwaartekracht haar werk doet. Toch sta ik langer te kijken dan nodig is. Niet vol bewondering voor alles wat mijn lijf heeft gedaan, maar zoals ik dat al mijn hele leven doe: op zoek naar wat er beter kan.
De afgelopen weken ging het weer volop over vrouwen en hun uiterlijk. De ene vrouw was te bloot in een campagne, een andere had duidelijk iets aan haar gezicht laten doen en bij de volgende moest worden benoemd dat ze wel erg dun was geworden. We vinden vrouwen te mooi, te sexy, te oud, te strak, te slordig of te veel met zichzelf bezig. En als iemand precies aan het plaatje voldoet, willen we nog even weten of het allemaal wel echt is. Het uiterlijk van een vrouw blijft kennelijk iets waar iedereen iets van mag vinden.
Ondertussen zie ik meisjes online complete beautyroutines uitvoeren. Ze kennen de ingrediënten van serums, weten hoe ze hun gezicht moeten contouren en smeren producten tegen huidveroudering op een huid die nog niet eens begonnen is met ouder worden. Voor ieder zogenaamd probleem bestaat een potje en als je nog geen probleem hebt gevonden, helpt het internet je daar graag bij.
Mijn dochters krijgen daar gelukkig nog weinig van mee. Hun wereld bestaat uit Dikkie Dik, verkleedkleren, kapotte knieën en ruzie over wie de roze beker krijgt. Voor Coco is make-up iets wat je zo dik mogelijk op je gezicht smeert wanneer je toevallig bij mijn spullen kunt. Jones steekt vooral graag haar hele hand in een pot crème. Maar dat blijft natuurlijk niet zo.
Er komt een moment waarop zij ook zien hoe vrouwen worden bekeken en besproken. Ze krijgen beelden voorgeschoteld van meisjes die zelfs tijdens hun ochtendroutine al perfect belicht zijn. Iemand zal iets vinden van hun kleding, hun lichaam, hun gedrag of de ruimte die ze innemen. Ik kan ze moeilijk tot hun achttiende bij Dikkie Dik houden, al zou dat een hoop schelen. Wat ik hun tegen die tijd meegeef, begint nu al.
Caroline Beerkens: 'Mijn kleine meisje is niet meer zo klein, Ze stapt in een wereld waar ik niet meer de hele dag naast haar sta'
Kinderen leren niet alleen van wat wij tegen hen zeggen. Ze kijken naar hoe wij leven en halen daar hun eigen conclusies uit. Coco hoort het wanneer ik een compliment wegwuif. Ze ziet hoe ik mijn buik inhoud voor een foto, een shirt weer uittrek omdat ik mezelf er te dik in vind en langer dan nodig voor de spiegel blijf staan.
Als kindertherapeut weet ik dat één losse opmerking niet bepaalt hoe een meisje later naar zichzelf kijkt. Het is de herhaling die langzaam betekenis krijgt. Als uiterlijk steeds het eerste is wat we bij een meisje benoemen, begrijpt ze vanzelf dat dit blijkbaar belangrijk is. Als een jongen die hard praat duidelijk wordt genoemd en een meisje met hetzelfde volume bazig, leren ze allebei iets over hoeveel ruimte ze mogen innemen.
Die boodschappen zitten vaak juist in de dingen die we zonder nadenken zeggen. “Wat ben je mooi” komt sneller uit mijn mond dan: “Wat heb je dat slim bedacht.” Bij een meisje in een feestjurk benoemen we haar jurk. Bij een jongen die boven in een boom zit, roepen we hoe stoer hij is.
Ik betrap mezelf daar ook op. Als Coco hoog in een boom klimt, wil ik haar het liefst direct naar beneden praten. Niet omdat zij het niet kan, maar omdat ik bang ben dat ze valt. Ik probeer mijn angst niet haar grens te laten worden. Dus blijf ik onder die boom staan, roep dat ze zich goed moet vasthouden en probeer niet bij iedere beweging alvast de route naar de spoedeisende hulp te berekenen.
‘De juf nam me apart en vertelde dat hij die dag een woord had gebruikt dat niet binnen hun vocabulaire paste’
Thuis mogen ze stoeien, te hard rennen en van de bank springen, terwijl ik oefen om niet de hele dag “PAS OP” te roepen. Als het misgaat, huilen ze. Dan troost ik. Stoer zijn en huilen kunnen namelijk prima binnen dezelfde minuut.
Ik kan opletten welke woorden ik thuis gebruik. Niet alleen zeggen dat ze mooi zijn, maar ook dat ze grappig zijn, hebben doorgezet of iets deden wat ze spannend vonden. Ik hoef hun lichamen en eten niet voortdurend te beoordelen. Een buik hoeft niet mooi, lelijk, dik of dun te zijn. Snoep hoeft niet verdiend te worden en bewegen is geen straf voor wat je hebt gegeten.
Daarmee houd ik niet tegen wat er later op hen afkomt. Ik hoop vooral dat er tegen die tijd al iets stevigs in hen zit. Iets waardoor niet iedere campagne, beautyroutine of opmerking van een ander direct bepaalt hoe zij naar zichzelf kijken.
Daarvoor moet ik wel eerlijk zijn over wat ik zelf voordoe. Ik werk met sociale media, sta voor camera’s en weet inmiddels precies vanuit welke hoek mijn gezicht het beste uitkomt. Ik houd van kleding, draag make-up en kan heel gelukkig worden van een goede crème. Dat hoeft niet weg. Ik wil alleen niet dat mijn dochters denken dat een onopgemaakt gezicht nog niet klaar is of dat je pas naar buiten kunt wanneer je haar is geföhnd.
Gelukkig sta ik regelmatig met vlekken op mijn shirt en ongekamd haar op het schoolplein. Ter compensatie.
Coco heeft de bruisbal inmiddels gevonden. Hij ligt in stukken over de badkamervloer. Jones komt binnen en trekt zich aan mijn been omhoog. Ik til haar op. Ze ziet mijn blote borst, geeft er met haar vlakke hand een klap op, knijpt in mijn tepel en begint te lachen. Coco lacht mee.
Voor hen is mijn lichaam nog geen ingewikkeld onderwerp. Het is het lijf dat hen draagt, knuffelt, achter ze aan rent en ’s nachts naast ze ligt wanneer ze bang zijn.
Mijn borsten blijken voor niemand in deze badkamer een probleem. Dat scheelt alweer twee vrouwen.
Caroline Beerkens: 'Ik houd zo van koken en had een kind dat niets van eten moest weten'


























