Kindertherapeut Caroline Beerkens (37) – zelf moeder van drie – geeft aan de hand van haar eigen ervaringen nuchtere en praktische inzichten over opvoeden. Deze week: als je kind voor het eerst naar de basisschool gaat.
Volg jij LINDA.mini al op Instagram?
Het is woensdagochtend en we staan met het hele gezin met jassen aan klaar om naar buiten te gaan. Ik kijk naar mijn meisje. Daar staat ze. Twee staartjes, een te grote rugzak en haar bril. Die heeft ze sinds vorige week. Een roze bril met dikke glazen.
Caroline Beerkens: 'Als mijn zoon vraagt waarom hij niet bij papa woont, val ik stil'
Bij de laatste controle op het consultatiebureau moesten we een oogtest doen. Ik zat daar met Jones en Coco en had het weer eens zo gepland dat het niet uitkwam. Halverwege moest ik weg en nam mijn lief het over. De oogtest liet ik aan hem. Met een huilende baby van de prikjes en een dochter die soms zó overtuigend kan doen alsof, twijfelden we toen de arts zei dat ze haar zicht niet helemaal vertrouwde en ons doorverwees naar het ziekenhuis.
Het duurde twee maanden voordat we terechtkonden. Ik hield mezelf voor dat het een formaliteit zou zijn. Dat onze dochter gewoon een goede actrice was. In het ziekenhuis volgden meer testen, druppels in haar ogen, wachten. De uitslag: +3. Een recept voor de opticien. Geen acteerwerk, maar gewoon echt slechte ogen. Het voelde als falen. Hoe had ik dit niet gezien? Had ik niet goed genoeg gekeken?
Achteraf begrijp ik hoe logisch het is dat dit juist rond deze leeftijd wordt ontdekt. Tot een jaar of vier speelt het leven zich vooral dichtbij af. Kinderen kijken naar wat binnen handbereik is. Hun brein corrigeert veel zelf; wazig wordt normaal wanneer je niet weet dat het anders kan. Pas wanneer ze op afstand moeten focussen, langer geconcentreerd moeten kijken en details moeten onderscheiden, wordt zichtbaar wat niet scherp is.
En dat is geen toeval. Rond het vierde jaar verandert er veel in een kinderbrein. De verbindingen tussen de prefrontale cortex en andere hersengebieden worden sterker, waardoor aandacht vasthouden, impulsen remmen en een instructie onthouden beter gaan lukken. Ze zijn nog niet af, maar wel in staat om te beginnen.
Dat is ook waarom we naar school gaan. Niet alleen om letters te leren, maar om te oefenen met iets wat thuis niet volledig te trainen is: functioneren in een groep. Wachten op je beurt. Luisteren naar iemand die niet je ouder is. Je eigen impuls even parkeren, omdat er dertig anderen in dezelfde ruimte zitten.
Hier stonden we dan, twee weken later. Met bril, die ze sinds de eerste dag niet meer heeft afgedaan. Haar eerste reactie toen ze hem opzette was: “Papa, je baard heeft allemaal haartjes.” Alsof er ineens een extra laag details aan de wereld was toegevoegd.
Ik kijk naar haar en denk aan hoe kwetsbaar dat is, dat begin. Ik hoop dat ze voelt dat ze niet hoeft te veranderen om mee te mogen doen. Dat ze mag blijven wie ze is, ook als ze merkt dat niet iedereen haar op dezelfde manier ziet.
Dat ze ergens diep vanbinnen weet: ik ben genoeg.
Caroline Beerkens over moederhaast: 'Het leven draait om schema’s, verantwoordelijkheden en onderbrekingen'
Met mijn kind met bril lopen we de deur uit. Ze is er klaar voor. Naar dezelfde school als haar grote broer. Ze loopt voor ons uit, zonder om te kijken. Maar ben ik er klaar voor? Ik voel een knoop in mijn maag, een brok in mijn keel. Mijn kleine meisje is niet meer zo klein. Niet omdat ze een bril draagt, maar omdat ze een wereld instapt waar ik niet meer de hele dag naast haar sta.
Wanneer ik thuiskom, zit het huis anders in elkaar. Ik kijk naar Jones, die op de grond zit te spelen. Ik schenk koffie in. Warm. Voor het eerst drink ik hem zonder onderbreking. “Nu is het alleen nog jij en ik, meisje”, zeg ik hardop. Een traan loopt over mijn wang.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief.
Caroline Beerkens: 'De keren dat we samen op pad gaan, zijn meestal voor een verplichting'

















