Kindertherapeute Caroline Beerkens (37) – zelf moeder van drie – geeft aan de hand van haar eigen ervaringen nuchter en praktisch advies over opvoeden. Deze week: schelden, chips!
Ik sta in de keuken met tien minuten de tijd voordat ik de oudste weer van voetbal moet halen en probeer in dat veel te kleine tijdvak een snelle curry in elkaar te draaien. Kokosmelk doet het hier altijd goed, tenminste: meestal.
In mijn haast trek ik te hard aan het lipje van het blikje en het hele ding klapt open alsof het zich tegen mij keert, waarna de kokosmelk zich zonder enige terughoudendheid over mijn trui, broek, schoenen en de vloer verspreidt. Alles wit, alles plakkerig, precies op een moment waarop er geen ruimte is voor extra gedoe.
'Zodra je een beetje vertrouwt op het nieuwe ritme van je kind, verschuift het weer'
Vanuit mijn tenen roep ik: “Kut!”, hard en ongefilterd, met precies de kracht die hoort bij iets dat net te veel is op een dag die al vol zat.
Coco komt aangerend en vraagt wat er is, terwijl ik al naar een doekje grijp en zeg dat mama een rommeltje heeft gemaakt en dat zij maar even moet gaan spelen, in de stille hoop dat het daarmee weer klein blijft.
Vanuit de woonkamer hoor ik haar mijn woord herhalen, eerst voorzichtig en daarna nog een keer, alsof ze een nieuw geluid heeft gevonden dat ze even wil testen. Het klinkt bij haar lichter, minder geladen, maar het is onmiskenbaar hetzelfde woord. Mijn woord, terug de kamer in geslingerd. En dit is dus hoe het gaat.
Je denkt dat je het redelijk onder controle hebt en dat je taalgebruik inmiddels is aangepast aan het moederschap, tot je eigen stem via een peuter van drie terugkomt en je confronteert met hoe zichtbaar je eigenlijk bent.
'Ik wilde acuut naar huis om alle luizenshampoos, lotions en kammen van Nederland op te kopen'
Ik heb dit eerder meegemaakt met de oudste, in de jaren dat ik nog dacht dat taal iets was wat je gewoon kon besluiten aan te passen. Tot ik bij het ophalen op de crèche even apart werd genomen door de juf, die vriendelijk vertelde dat hij die dag in de kring een woord had gebruikt dat niet helemaal binnen hun vocabulaire paste. Ze hoefde het niet uit te spreken; ik wist precies welk woord het was. “Hij had het meerdere keren gezegd, met nadruk”, vertelde ze, en de andere peuters hadden aandachtig geluisterd.
Je staat daar dan met je tas half open, je kind dat aan je jas trekt, andere ouders die net doen alsof ze het niet horen, en je weet dat de herkomst niet bij een klasgenoot of een filmpje ligt, maar gewoon in je eigen keuken.
Daarna heb ik serieus geprobeerd mijn taal te herschrijven. “Flut.” “Chips.” Ik heb het uitgesproken en voelde meteen dat ik een rol speelde. Sommige vrouwen kunnen dat moeiteloos, dat gladde taalgebruik, maar ik niet. Als ik me stoot, komt er geen chips.
Wat mij uiteindelijk rust gaf, was begrijpen wat er in dat jonge brein eigenlijk gebeurt. In de eerste vier levensjaren groeit de woordenschat van een kind explosief. Peuters voegen soms meerdere nieuwe woorden per dag toe en gebruiken taal niet alleen om te benoemen, maar vooral om te ontdekken. Ze onderzoeken hoe woorden klinken, hoe ze voelen in de mond en – misschien nog belangrijker – wat ze doen bij een ander.
Onderzoek van onder andere professor Katherine Kinzler laat zien dat jonge kinderen sterk reageren op de emotionele lading van taal. Ze begrijpen de volledige betekenis vaak nog niet, maar ze voelen haarfijn aan dat bepaalde woorden spanning dragen. Een woord dat met kracht wordt uitgesproken, verandert de sfeer in een kamer. Er gebeurt iets. Ogen gaan omhoog. Lijven reageren. Dat effect is voor een peuter interessanter dan het woord zelf.
Een scheldwoord is compact, stevig en wordt uitgesproken met nadruk. Het heeft energie. Voor een peuter is dat geen morele kwestie, maar een experiment in invloed.
Dus wanneer Coco mijn uitroep nog eens test, besluit ik het klein te houden. Ik maak de vloer schoon, trek een andere trui aan en zet de pan opnieuw op het vuur. Ondertussen hoor ik haar alweer hoor opgaan in iets anders en heeft het woord de kamer verlaten. Ik ben benieuwd: wat zeggen jullie eigenlijk in plaats van …?
Wat te doen bij driftbuien in het wild? Kindertherapeut Caroline Beerkens maakt het zelf ook regelmatig mee

















