Je staat te koken en wilt snel een boodschappenlijst maken. Of je zit in de auto en moet een berichtje sturen. Of je hebt je handen vol en staat met één duim te typen op dat kleine schermpje. Autocorrect maakt er iets compleet anders van. Er is een betere manier: gewoon praten.
Ik wist al lang dat dit kon. Sterker nog: ik had er zelfs een handige tool voor. Helemaal geïnstalleerd. Maar gebruikte ik die? Nauwelijks. Typisch gevalletje gedrag en gewoonte.
Ik zei tegen mezelf: “Ik denk nou eenmaal terwijl ik typ.” Dus appjes, notities, mails, vragen aan AI: alles bleef via mijn toetsenbord gaan. Tot ik last kreeg van mijn pols. RSI. En ineens werd typen letterlijk pijnlijk. Dus ik ging praten tegen mijn telefoon. En dat werkt beter dan ik dacht. Want als je typt, ga je vaak al redigeren terwijl je nog aan het denken bent. Je haalt zinnen weg, twijfelt over woorden en maakt het onnodig netjes. Als je praat, komt je gedachte er veel sneller uit. Rommeliger, ja. Maar dat is juist prima. AI is heel goed in rommel ordenen.

















