Ik worstel met mijn gewicht. Al jaren. Vanmorgen was het weer zover: mijn nazomerse weegmoment in de sportschool. De instructeur had er zin in.
“Doe je schoenen en sokken maar uit.”
Voor me treuzelde een vrouw voor de intelligente weegschaal. Ze zuchtte diep, trok haar buik in en hield haar adem vast voordat ze de plaat des oordeels opstapte. Alsof het apparaat daardoor minder zou zien. De weegschaal piepte. Daarna rolde er een bonnetje uit een gleufje. Ze pakte het aan, spiekte even en droop met gebogen hoofd af richting roeimachine.
''Tachtig euro was misschien wat veel voor deze show', zegt mijn zoon wijs'
Nu was het mijn beurt. Na wat geklooi met de knopjes – mijn leesbril lag thuis – beantwoordde ik de vragen.
Gender: man.
Leeftijd: 52.
Lengte: 195 centimeter.
Achter me trok de volgende patiënt haar schoenen al uit. Dit was lopende-bandwegen. Een dikke minuut later spuugde het apparaat mijn bon uit. Ik griste het papiertje mee en stopte het ongezien in mijn broekzak. De uitkomst kon ik dromen. Die is altijd hetzelfde. Terwijl ik er alles aan doe om daar verandering in te brengen. Maar dan ook alles. Diëten. Havermout. Eieren. Volkorenbrood. Crackers. Volle melk. Geen melk. Zes keer per dag eten. Vier keer. Ieder voedingsadvies dat door een afgetraind bovenlijf op Instagram als revolutionair werd gepresenteerd, heb ik geprobeerd. Ochtendshakes. Avondshakes. Mijn blender terroriseerde de buurt. Ik zag groen van gemixte spinazie, kiwi, druiven, plankton en zeewier.
Tuurlijk zondig ik. Zoute chips, het liefst geribbelde. Ik ben gek op nootjes en kan moeilijk stoppen met pinda’s. Toetjes? Kom maar door! Een patatje, mét. Twee boterhammen met pindakaas en hagelslag, nog snel voor het slapen. Ik ben niet iemand die op een verjaardag met een bakje komkommer in een hoekje staat. Ik eet gewoon. Veel. En ik sport.
'Ik weet nog hoe ik het de kinderen vertelde, met een dichtgeknepen keel'
Zo zwom ik tot mijn lijf voor tachtig procent uit chloor bestond. Versleet schoenzolen met touwtjespringen en spinde met hartslag tweehonderd, al voordat de les überhaupt begonnen was. En ik fitness al dik dertig jaar. Als ik niet over een padelbaan vlieg.
Mijn vrouw vindt dat ik zelf schuld heb aan mijn probleem. “Welke gek gaat er wandelen na anderhalf uur kickboksles? Wie zit er nooit stil, ook niet op vakantie, tennist, rent of allebei, alsof hij thuis nog niet genoeg heeft bewogen?” Ze heeft een punt. Als mijn foto-app oude vakantiefoto’s laat zien, valt steeds hetzelfde op. Iedereen verandert. Ik niet. Hooguit mijn haar.
Er zitten voordelen aan. Mijn zwembroek uit 2019 gaat volgende week weer mee naar Spanje. Een spuuglelijk T-shirt, vijftien jaar geleden op Ibiza gekocht, zit nog als gegoten. Maar ik wil helemaal niet in mijn oude kleding passen. Ik wil een keer iets nieuws moeten kopen omdat het oude niet meer past. Thuis pak ik mijn leesbril. Het bonnetje zit nog in mijn broekzak. Ik scan de cijfers. Mijn vetpercentage is goed. Mijn lichaamsvocht, botmassa en viscerale vetwaarde – what the fuck is dat? – zijn allemaal prima.
'Twee dekbedden: volgens mij is dit het begin van het einde'
Even fleur ik op bij mijn metabolische leeftijd: 37. Al was die vijf jaar geleden nog 32. Dan mijn lichaamstype. Normaal. Normaal? Ik haat normaal. Al dat ploeteren, sporten, méér, minder of anders eten en vervolgens als eindconclusie gewoon: normaal. Op empathie hoef ik niet te rekenen. Het omgekeerde eerder. “Aah, dat wil ik ook wel.” Of: “Je mag jezelf gelukkig prijzen.” Alsof ik een geheim wapen bezit. Alsof ik er niet al dertig jaar hard voor train. Ik kijk nog één keer naar het flinterdunne bonnetje. Naar het spannendste onderdeel. Mijn gewicht. 79,9 kilo. Ik wist het. Weer 79,9 kilo. Mijn ideale gewicht? 83,7. Ik heb geen kilo’s te veel. Ik kom ze tekort.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik kijk naar mijn vrouw. Aan haar gezicht zie ik dat ik mijn mond moet houden'
















