Nadat ik met moeite een parkeerplek heb gevonden, stap ik de statige trap van het grachtenpand op en bel aan. Een man met Pakistaanse looks opent de deur twintig centimeter en bekijkt me vluchtig.
“Schiet op, babe.” Ik blijf staan, er is te weinig ruimte, maar hij trekt aan mijn arm en duwt gehaast de deur achter me dicht.
“Lunchpauze”, giechelt hij. Achter zijn rug hangt een foto van hem, met naast zich een vrouw in een groene jurk met opgestoken haar, en twee kinderen met scheve tanden. “Is alles goed?”, informeer ik, want ik heb geen zin in een hysterisch drama in twee delen. “De komende twee uur wel”, knipoogt hij. Hij geeft me zoals afgesproken een gevulde envelop.
Ik wil een praatje maken, maar al meteen opent hij één voor één de knoopjes van zijn overhemd. “Waar gaan we heen?”, vraag ik. Hij wijst naar de sofa in de woonkamer. Ik loop erheen en trek mijn schoenen uit. Voor ik ze kan wegschoppen, graait hij al met zijn hand in mijn kanten Brazilian slipje. “Open de kluis maar voor papa”, gromt hij. Ik pers mijn lippen op elkaar en tel tot vijf. Dan wrik ik aan de gesp van zijn broek. Hij heeft geen onderbroek aan. “Dressed for the occasion“, fluister ik, en kniel voor de sofa om hem heel zacht en plagend in zijn kruis te zoenen.
Ik begin met een kus op elke bal, maar nog voor ik goed en wel bij de schacht ben, trekt hij me op de bank. “Ga maar lekker liggen”, wijst hij, en met mijn blouse nog maar halfopen en mijn bh nog aan, duikt hij tussen mijn benen. Met moeite lukt het me hem een condoom om te doen. “Ik ben getrouwd, hoor”, probeert hij nog. Ik ben onverbiddelijk.
Nog geen minuut later zit hij in me. Als een konijn wipt hij op en neer. Ik voel hem amper, zo snel gaat het. Nog voor ik bedenk dat hij het misschien leuk vindt als ik mijn benen over zijn schouder sla, komt hij klaar. Mijn hand reikt naar zijn kruin om hem tegen me aan te duwen zodat hij een paar minuten bij kan komen. Maar voor ik hem kan aanraken, wurmt hij zich los en staat op.
Ik hoor hem rommelen in de keuken. Dan komt hij terug en overhandigt me een klein plastic zakje. Ik herken het van vroeger. Mijn moeder stopte er boterhammen in. “Waar is het?” Ik hef mijn hand. Met duim en wijsvinger duw ik de knoop dicht. Meestal verstop ik het kledderige rubber in een paar lagen toiletpapier in een pedaalemmer. Afstandelijk overhandigt hij me met gestrekte arm het zakje. Ik laat het condoom erin glijden. De inhoud schommelt griezelig op en neer.
“Wil je het meenemen?”, vraagt hij. “Mijn vrouw. Ze is nogal achterdochtig.” Uit mijn tas neem ik een papieren zakdoek. Gehoorzaam vouw ik alles in elkaar. Voor de tweede keer kijkt hij op zijn horloge. Ik zoek onder de bank mijn slip en kleed me aan. Een half uur voordat mijn parkeerkaartje afloopt, maak ik in de auto een foto van het gevulde boterhamzakje en stuur het naar het bureau. Met recht een lunchpauze, tik ik erbij. Er komt een smiley terug.
Dit artikel verscheen eerder in LINDA.
‘Ook al kust hij onhandig en nat, het doet hem zichtbaar plezier dat ik mezelf tegen hem aan krul’
















