Mijn baas belt dat hij me wil spreken. Met baas bedoel ik mijn leidinggevende tijdens kantoortijden. Want om de schijn op te houden werk ik parttime voor een multinational.
Mijn baas is, naast lid van de directie en imposant van gestalte, ook almachtig.
Elke keer als hij me uitnodigt in zijn notenhouten vesting, klopt mijn hart als een gek in de keel. Want wat gebeurt er als een van mijn keurige collega’s in de avonduren heeft gegoogeld op een lekker-neukbaar-wijf? Met zijn krappe twee meter staat mijn baas als een huis. Hij is hard en rechtvaardig, bewonderd en gevreesd. En ik mag gedurende de nacht dan een veelgevraagde femme fatale zijn, wanneer ik tegenover hem zit lijk ik op Calimero.
Met het neerleggen van de hoorn ontstaat er kortsluiting in mijn hersens. Nog nooit verraadde zijn stem iets wanneer ik naar zijn kantoor werd gesommeerd. Mijn angst is weer gevoed. Het voelt alsof ik naar het hol van de leeuw moet. Mijn functie combineert niet met mijn bijbaan omdat ik veel contact heb met collega’s en zakenrelaties. Dat weet mijn baas ook, wanneer hij achter mijn dubbelleven komt. En net als altijd, pers ik ook vandaag in de lift naar boven mijn nagels in het vel van mijn handen.
Als bonus bijt ik vandaag mijn lip stuk. De lift zoeft zacht, maar de dreiging van ontslag buldert als een storm door mijn hoofd. De wandspiegel bevestigt dat ik er onberispelijk en tuttig genoeg uitzie. Nergens draag ik sporen van mijn escapades en de twee flessen champagne van vannacht. Mijn directeur gebaart naar de leren stoel die nog vrij is. Ik ga zitten en luister. Onzinnig tik ik met mijn pen het melodietje van Sesamstraat op het tafelblad.
Dan mag ik van mezelf weer uitademen. Vals alarm. Ik knik braaf en onderga de rest van het gesprek gelaten. Voor me schuift hij wat losse blaadjes heen en weer. Het zijn vertrouwelijke plan-do-cirkels van mijn stafcollega’s die in het diepste geheim verwerkt moeten worden. Niets imponeert me nog als ik mijn bloed weer voel stromen. Zijn woorden klinken net zo zoet als de champagne van vannacht. In mijn grijze mantelpak met huidkleurige panty tot boven mijn navel noteer ik alles en knik keurig. Overmoedig haal ik halverwege zelfs een kopje koffie voor hem.
“Ga nog even zitten”, vervolgt hij en trekt een serieus gezicht. En alhoewel de informatie die hij daarna in vertrouwen geeft heftig is, adem ik steeds rustiger. Voor me ligt de lederen schrijfmap met het trotse logo van het bedrijf. Zou hij zien dat de opluchting van mijn gezicht druipt? Wanneer ik opsta, voelen mijn nek en schouders stijf van de spanning. Hoofdpijn zet op. Ik lach naar collega’s in de gang, maar voel hoe alle energie uit me sijpelt. Het is gelukkig bijna lunchtijd. Tijd voor een boterham en wat soul searching. Mijn ontslagbrief ligt al een tijdje klaar in mijn la. Misschien is de tijd gekomen hem in te leveren.
Dit artikel verscheen eerder in LINDA.
High-class escort Amber: ‘Mijn vrouw vond dat vies’, zegt hij’















