Zodra het seizoen voorbij is vergeet je meteen hoe goor ze zijn, maar aangezien het al weken (jaren?) regen-zon-regent – hun lievelingsweer – weet heel tuinbezittend Nederland het weer.
Zinloze, onooglijke, duffe nietsnutten die ondanks hun lage tempo een enorme ravage achterlaten en dan weer onder de grond verdwijnen als het ze te droog onder de voeten wordt. Die ze niet hebben, anders zouden ze dus wel sneller zijn. Dankzij die laatste handicap is het een eitje om ze te vangen. Ik heb, na drie weken klooien met stukken keukenrol, uiteindelijk een zeef en vleestang opgeofferd voor mijn tweedagelijkse ronde, de slachtoffers verdwijnen in een bio-afbreekbaar zakje richting groenbak.
Mijn moeder – een van het zeer kordate soort – heeft dit slakkenseizoen een vers vat fanatisme geopend. Zij kruipt en sluipt met een emmer schoonmaakazijn (killing them softly, schijnt), de vuist gestoken in een plastic handschoen, verbeten door hun immense tuin. Ze heeft duizenden slachtoffers gemaakt, meldt ze ongevraagd over haar oorlog. Mijn broer – ook eigenaar van een gigatuin – volgt inmiddels haar voorbeeld, ik denk dat hij het juist zen vindt.
Nu heb ik het probleem dat ik een dierenliefhebber ben en waar mogelijk de boel graag laat leven. De enige manier om zonder schuldgevoel dieren te doden, is door ze te dehumaniseren. Dat lukt me met muggen, wespen en vliegen, voor hen heb ik een elektrisch tennisracket en daar roep ik dan ook ‘Sterf!’ bij, moeiteloos zelfs, na alles wat ze me hebben aangedaan.
Voor mieren heb ik ook geen enkel respect, al schijnen ze oersterk te zijn. Pissebedden vind ik dan weer schattig, ten aanzien van wormen sta ik vrij neutraal. Slakken in een huisje: liefdevol verplaatsen en dat geldt ook voor spinnen – mits ze een heel laag BMI hebben.
Ik dácht dat ik naaktslakken het ergst vond. Al mijn nieuwe planten in mijn nieuwe tuin zijn kapot, de dure dan, want zo zijn ze ook nog. Maar! Vanochtend had ik er drie gevangen en omdat mijn biozakjes op waren, dacht ik: jullie wachten maar mooi even onder de zeef tot ik boodschappen heb gedaan. Vervolgens maakte ik de legendarische fout door een tijdje naar ze te kijken.
En opeens hoorde ik in mijn hoofd een soort schorre stem met een plat, paniekerig accent: ‘Gasten, super a-relaxed, maar volgens mij zijn we de sjaak.’ Als het nou een bekakte stem was geweest, of een heel verveelde GenZ’er, dan had ik ze later alsnog in een stikzak gemoffeld, maar in mijn hoofd had ik deze knapen aandoenlijk gemaakt.
Psychologisch is dat natuurlijk heel simpel te verklaren, moord past niet bij me. Maar nu zit ik dus in een spagaat: ze mogen echt de tuin niet meer in, maar doodmaken is ook geen optie meer. Uitzetten bij de buren? Die heb ik van de week verteld over dat emmertje azijn. Ze naar een bos rijden? Doe normáál. Ze zitten er nog steeds tot ik een oplossing bedenk.
Godzijdank kwam Luuk net uit school en begon uitgebreid op zijn hoofd te krabben. En zo soft ben ik ook weer niet.
'Als ik bij mijn ouders op bezoek ben, vraag ik me af wat ik in godsnaam in de Randstad doe'

















