We hadden een logeerhond: Pippa. Een vrolijke, caramelfudgekleurige labradoodle die het liefst de hele dag met een bal speelde. Kwam ik thuis, dan zat ze al voor het raam op me te wachten. Kwam ik ’s ochtends beneden, dan stormde ze kwispelend op me af, met haar bal stevig in haar bek.
In die week werd ze een volwaardig gezinslid. Normaal gesproken appen mijn vriend en ik nauwelijks, maar ineens ging het de hele dag door. ‘Heeft Pippa goed gegeten?’ ‘Is ze al uit geweest?’ ‘Is ze vrolijk vandaag?’ Alles draaide om de doodle. Toen ze bijna weer werd opgehaald, zei ik grinnikend tegen collega’s: “Leuk hoor, zo’n hond, maar het is wel een hele verantwoordelijkheid.” Ze begonnen te lachen. “Je krijgt straks een kind, Loïs.”
Ik lachte mee, maar het bleef hangen. Af en toe overvalt het me compleet: over een paar weken verandert mijn leven voorgoed. Geen onbezonnen zomers meer, waarin mijn grootste zorg is of er genoeg ijs in de vriezer ligt voor de rosé. Straks is er een baby. Een jongetje. Volledig afhankelijk van mij. Het enige wat hij kent, ben ik: mijn hartslag, mijn geur. Zonder mijn borst heeft hij geen eten.
Soms schiet ik in paniek. Waarom wilde ik dit ook alweer? Ik had best nog even kunnen wachten. Nog een paar reizen. Nog even geen mens in leven hoeven houden. Eerlijk gezegd dachten we ook dat het wel even zou duren. Maar na een maand proberen stonden er al twee streepjes op de zwangerschapstest. Met de overduidelijke boodschap: over negen maanden zijn jullie ouders. Van een écht kind.
Van tevoren had ik de zwangerschap behoorlijk geromantiseerd. Hoewel ik mezelf best nuchter vind, zag ik het helemaal voor me: sereen, een beetje als een yogajuf in een zwierig gewaad, liefdevol aaiend over mijn buik, volledig in verbinding met mijn kind. In werkelijkheid voelt het eerder alsof mijn emoties aan een jojo hangen. De ene dag ben ik dolgelukkig, de volgende kijk ik met lichte weemoed naar alles wat was.
Irene Hin: 'Nu ben ik echt pissig. Kan deze man zijn verantwoordelijkheden als vader wel aan?'
En alsof dat nog niet genoeg is, helpt mijn telefoon ook niet mee. In mijn fotogalerij verschijnen de herinneringen: een vulkaan beklimmen in Guatemala, dansen met locals in Mexico, schildpadden spotten in Thailand. Ondertussen is de vriendin met wie ik al die avonturen beleefde aan het reizen door Zuid-Afrika. Reizen met een kind kan natuurlijk, maar laten we eerlijk zijn: de Tafelberg beklim je toch net iets makkelijker zonder baby in een Artipoppe-draagzak. De komende jaren dans ik waarschijnlijk de hokey pokey op een net iets te kneuterige familiecamping in Frankrijk.
En dan schaam ik me weer voor die gedachte. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dankbaar en blij. Maar sereen in een gewaad? Zeker niet. Ik vind het ook gewoon spannend. Iemand anders die ook snel zwanger raakte, stelde me gerust. Zij had dat ook: het wennen hoort erbij. En een kind is echt iets anders dan een hond. Misschien heeft ze gelijk. Want waar de jojo in trimester één en twee alle kanten op schoot, lijkt hij nu wat rustiger te bewegen. In ruil daarvoor krijg ik steeds stevigere schopjes in mijn buik. Kleine herinneringen dat hij er echt is. Ik word steeds nieuwsgieriger naar dit jongetje.
Toen Pippa weer werd opgehaald, moest ik – hormonaal als ik ben – keihard huilen. Jankend in bed dacht ik maar aan één ding: gelukkig heb ik straks geen logeerhond die weggaat, maar een baby die blijft.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Loïs (25): 'We staan inmiddels bij acht kinderdagverblijven ingeschreven, maar niemand heeft plek'

















