Singer/songwriter Irene Hin is zwanger van haar eerste kind. De zwangerschap verloopt goed, alleen die hormonen in haar lijf, daar moet ze nog even aan wennen. Voor LINDA.mini schrijft ze de komende weken over hoe haar zwangerschap én alles wat daarbij komt kijken verloopt.
Het is zaterdagnacht en ik schrik wakker. Ik kijk naar rechts, naar waar mijn vriend hoort te liggen. Hij ligt er niet. Ik grijp naar mijn telefoon om te kijken hoe laat het is en zie tot mijn lichte irritatie dat het al half 4 ’s nachts is. Ik wist dat hij wat zou gaan drinken met vrienden, maar niet dat het zo laat zou worden. Eigenlijk zou ik hem het liefst een woedend appje sturen. Maar dan bedenk ik me dat we binnenkort ouders worden, verantwoordelijkheid dragen en een gezonde relatie hebben. Dus app ik hem: ‘Hey lief, is het gezellig?’ Geen antwoord.
Ik draai me om en probeer weer in slaap te komen. Tevergeefs. Als ik na een halfuur nog steeds geen berichtje terug heb, stuur ik hem passief-agressief vijf vraagtekens. Vervolgens lig ik horrorscenario’s te bedenken – hij heeft een ongeluk gehad, hij heeft me verlaten – totdat ik om kwart over 4 ein-de-lijk iets van hem terughoor. ‘Lieffie, ik zit hier even met twee vrienden gezellig aan de bar, wil je dat ik naar huis kom?’
Nu ben ik echt pissig. “Even” gezellig aan de bar?’ ‘Wíl je dat ik naar huis kom?’ Het is inmiddels verdomme bijna half 5. Waarom komt hij niet gewoon naar huis? Vindt hij het niet net zo gezellig om naast mij te slapen? Is deze man wel in staat om een gezin met mij te vormen? Kan hij zijn verantwoordelijkheden als vader wel aan? Net als ik de conclusie trek dat ik waarschijnlijk een alleenstaande moeder ga worden, hoor ik zijn sleutels in de voordeur. Of nou ja, ik hoor dat hij tot drie keer toe een poging doet om binnen te komen.
Hoewel ik moet toegeven dat ik opgelucht ben dat hij veilig thuis is gekomen, kan ik de doemscenario’s die zich net in mijn hoofd hebben afgespeeld nog niet loslaten. Wat is er in godsnaam met mij aan de hand? Pas nadat ik hem de huid heb volgescholden, geef ik het eindelijk op. Hij pakt me vast, slaat zijn armen om me heen en geeft een kus op mijn voorhoofd. “Zo”, zegt hij. “Had je dit gewoon even nodig?” Ik baal dat hij zelfs om 5 uur ’s ochtends, stinkend naar 40 liter bier en een slof sigaretten, gelijk heeft. Ik had een knuffel nodig.
Wat is dat toch in ons vrouwen dat we ons zo graag geliefd en gezien willen voelen? Dat snakken naar veiligheid en geborgenheid wordt alleen maar erger op het moment dat er nieuw leven in je groeit. Tijdens de zwangerschap gebeurt er iets fascinerends in ons brein: onder invloed van hormonen zoals oestrogeen, progesteron en vooral oxytocine – het “knuffelhormoon” – wordt je hele systeem een soort van opnieuw afgesteld op hechting. Letterlijk.
Danique Bossers: ‘Dat ik meldde dat een jongen net zo welkom was, leverde vooral verbaasde blikken op’
Uit onderzoek blijkt dat tijdens de zwangerschap hersengebieden die te maken hebben met waakzaamheid, emotieverwerking en verbinding veel actiever worden. Met andere woorden: je staat biologisch gezien gewoon enorm aan, juist wanneer je je slaap nog even goed kunt gebruiken. Die oerdrang naar veiligheid, bevestiging en fysieke aanraking is dus eigenlijk een “slim” ingebouwd beschermingsmechanisme, dat in mijn ogen meer als de duivel voelt dan als een beschermengel.
Maar misschien zit daar wel iets universeels in voor ons als vrouwen, zwanger of niet: dat verlangen om gezien te worden, om even vastgehouden te worden zonder dat we eerst vijf vraagtekens hoeven te sturen. We zijn sterk, zelfstandig, heel soms ook rationeel. Maar ergens diep vanbinnen zit ook dat knagende gevoel dat wil weten: ben ik eigenlijk wel veilig bij jou? En vaak, ook om vijf uur ’s ochtends, blijkt dat het antwoord op die vraag simpelweg een knuffel is.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Rutger en zijn vriend krijgen kind via draagmoeder: 'Als het gaat zoals we hopen, dan bevalt ze bij ons thuis in bad'


















