Persoonlijk verhaal

Renée geeft borstvoeding aan haar zoon van 2 jaar oud : 'Ik krijg heel veel kritiek'

Een kind van twee dat borstvoeding krijgt, daar is helemaal niks mis mee. Ook voor Renée is het de normaalste zaak van de wereld, maar: ‘En plein public mijn kind voeden, doe ik niet meer.’

Als ik had geweten dat hij als pratende peuter nog borstvoeding zou krijgen, had ik hem er een netter woord voor geleerd. ‘Slokje’ of ‘drinken’ of zo. Wij hadden het binnenshuis altijd over ‘de tiet’. Dus wanneer hij wil drinken, roept hij dat nu. Dat is binnen de vier muren van ons eigen huis niet zo’n ramp, maar daarbuiten aardig gênant. Sta ik net in de rij bij de Hema, begint hij ‘tieeettt’ te blèren. Mensen denken misschien: we verstaan het verkeerd. Het is nog een klein ventje, die praat niet zo best.

Maar nee, hoor. Hij wijst ook naar mijn borsten. Alsof hij alle twijfel bij iedereen weg wil nemen. En dan moet ik nog oppassen dat hij niet te dichtbij komt, want hij krijgt mijn beha zowat met één hand los. Twee jaar oefening baart kunst. Daar sta ik dan, met mijn Hema-worst, terwijl mijn beha half loshangt en een peuter mijn tepel probeert te grijpen met zijn mond. Ik heb me weleens glamoureuzer gevoeld, kan ik je vertellen. Ik heb tegenwoordig daarom altijd een fles limonade bij me. “Kijk! Limonade. Mmmm. Ook lekker.” Soms lukt het hem af te leiden.

‘blijkbaar mag
iedereen ongegeneerd
tegen mij zeggen
dat mijn peuter
aan de borst leggen
belachelijk is’

En plein public mijn kind voeden, doe ik niet meer. Daar stopte ik mee toen mijn zoon anderhalf jaar was. Ik had iets te vaak gehoord dat het er niet uitzag. Zo’n groot kind aan de borst. Naast afkeurende blikken (mensen deinzen er niet voor terug te staren en zachtjes ‘nee’ te schudden) krijg ik ook recht in mijn gezicht kritiek. Van vriendinnen die het een ‘goor gezicht’ vinden of van mijn eigen moeder die het iedere keer weer nodig vindt om te vragen ‘wanneer het nou een keer klaar is’. Mijn vader buldert van het lachen om zijn eigen borstvoedingsgrappen: “Kan hij je blouse al zelf openmaken?”

Borstvoeding taboe

In een tijd waarin mannen niet meer tegen een vrouw durven zeggen dat ze een leuk jurkje aanheeft (#metoo) en je met iedere 1 aprilgrap wel iemand lijkt te beledigen, mag je blijkbaar ongegeneerd tegen mij zeggen dat mijn peuter aan de borst leggen belachelijk is. Mensen hebben het altijd over ‘de borstvoedingsmaffia’. Dat je als kersverse moeder die geen borstvoeding geeft, door iedereen onder druk wordt gezet om dat wél te gaan doen. Artsen, de buurvrouw, je moeder. En hoe vreselijk dat is. Dat niemand zich daarmee moet bemoeien.

Waarom mag het andersom dan wel? Waarom wordt zoiets leuks en gezelligs als het voeden van mijn eigen kind, al is hij inmiddels groot genoeg om van lego een toren te bouwen, dan zo keihard in een taboe-hoek gedrukt? Ik denk serieus dat ik minder tegengas zou krijgen als ik stripper zou worden en mijn borsten iedere avond in het gezicht van mijn klanten zou drukken. Na fatshaming is er nu borstvoedingsshaming. Tenminste, als je er langer dan een jaar mee doorgaat. Dan ga je op de brandstapel.

‘ik denk serieus
dat ik minder
tegengas zou
krijgen als ik
stripper zou
worden’

Langvoeden, zo noemen ze wat ik doe. Ik krijg persoonlijk de kriebels van die term. Het klinkt als iets wat Freek Vonk zegt over een dier dat hij na een wilde worsteling uit de Afrikaanse rimboe tevoorschijn trekt. “Jaaa, ik heb ’m. Ik heb ’m. Dit is heel bijzonder. Wow! Kijk eens. Dit is een langvoeder. Die voedt haar jong wel twéé jaar lang!”

En dat terwijl wereldwijd een kind gemiddeld tot een leeftijd van vier jaar en twee maanden bij zijn of haar moeder drinkt. Er zo lang mee doorgaan als ik, is in veel mediterrane landen heel normaal. Een tweejarige aan de borst vind je in Spanje op elke straathoek, hoorde ik eens van een kennis die daar woont.

Lactatiekundige Patricia Walraven van Borstvoeding de Start in Rotterdam legt uit: “Een mensenbaby groeit niet zo snel. Die is vrij lang afhankelijk van zijn of haar moeder en dus hoort daar, natuurlijk gezien, een lange periode van voeden bij. Dat zou logisch zijn in vergelijking met andere zoogdieren. Maar we doen tegenwoordig alsof langer dan een paar maanden borstvoeding geven raar is.” Wanneer ik haar, in een poging het eenzame gevoel te verdrijven, vraag naar de verhalen van andere moeders die lang borstvoeding geven, haalt ze haar schouders op: “Ik ben er in mijn carrière misschien vijf tegengekomen. Dat is het.”

Jammer. Misschien vind ik online medestanders. Zo is er de groep borstvoeding-fanatici die iedereen doodwenst die durft te kiezen voor de fles. Vaak hebben ze een eigen blog over natuurlijk ouderschap. Je kunt daar ook terecht voor vage onderzoeken die zouden bewijzen dat je kind inenten slecht is. Wat dat betreft kan hun kroost de extra afweerstoffen in moeders borstvoeding goed gebruiken. Al vraag ik me af of het spul sterk genoeg is om de vrucht van hun schoot te beschermen tegen polio en de mazelen. Maar dat is weer een heel andere discussie.

In ongeveer dezelfde contreien vond ik online veel moeders die in een woongroep wonen, hun haren nooit wassen met shampoo en voornemens zijn hun kind te blijven voeden tot het achttien is. Met foto’s van kinders die na een ontbijtje van sojamelk en onbespoten chiazaad nog even bij mama drinken voordat ze op de fiets stappen naar school om de eindmusical nog één keer te oefenen. Ik voelde geen aansluiting, maar vooral de behoefte om te gaan douchen.

Zogende koters

Misschien heb ik al die negatieve reacties ook wel aan deze fanatieke moeders met zogende koters te danken. De enige keren dat ik hoor over langvoeden, is van dit soort types. In een aflevering van Jambers of in een obscuur filmpje op Insta, waar iedereen ‘gadverdamme’ onder post en een misselijke emoji. Je hoort het nooit van moeders met een baan, een hypotheek en een kat. Van mensen die niet al van kinds af aan droomden van het voeden van hun kroost met de meest natuurlijke voeding die er is: borstvoeding.

Want dat is bij mij niet het geval. Het is gewoon zo gelopen. Het was geen plan, geen doel. Maar mijn kind vindt het leuk en het is gezellig. Net zoals je als moeder kiwi’s koopt wanneer je kind die lekker vindt. Veel meer dan dat dacht ik er ook niet over na. Tenminste, niet totdat iedereen er iets van ging vinden. Een paar maanden geleden vertelde een man me dat hij het ongepast vond. Dat het op de leeftijd van mijn kind – twee jaar, mensen, twee jaar – gezond is om meer fysieke afstand te creëren.

Ik zei niks terug. De koele band die hij zelf waarschijnlijk met zijn kinderen heeft, leek me straf genoeg. Ja, ik word dan een vals kreng. Te schijterig om het in iemands gezicht te zeggen, maar ik denk heel gevatte en gemene dingen. En soms wat minder gevat. Zoals toen ik me verdedigde tegen de oordelen van een vriendin met de woorden: “Maar hij vindt het gewoon zo lekker.” Zij antwoordde dat haar kind McDonald’s ook lekker vindt, maar dat ze haar ook niet iedere dag een Happy Meal geeft. Ze vergeleek kipnuggets – gemaakt van op elkaar gepropte kippen, gefrituurd in olie, met een kledder zout erop – dus met de melk die ik mijn kind geef.

De melk die vol zit met gezonde stofjes als lactoferrine, lysozymen, complementfactoren en leucocyten. Dit copy-paste ik vanaf de site van het Voedingscentrum. De World Health Organization is ook groot voorstander van langvoeden. Die adviseren borstvoeding tot in het tweede levensjaar. Zij zouden mij en mijn kind vast wel op een poster willen hebben. In abri’s en zo. ‘Doe als Renée en voed tot twee.’ Al vind ik het persoonlijk niet per se een prestatie. Ik was gewoon te lui om flessen uit te koken en nu vind ik het wel fijn. That’s it.

‘daar sta ik dan,
met mijn Hema-worst,
terwijl mijn beha
half loshangt en
een peuter probeert
mijn tepel te grijpen
met zijn mond’

Ik durfde ons voedverhaal laatst zelfs niet te vertellen op het consultatiebureau. Achter de arts stond een boek getiteld Van borstvoeding naar boterham en ik durfde niet toe te geven dat mijn kind zijn boterham wegspoelt met borstvoeding. Dat geheimhouden ging goed, tot de arts vroeg hoe het ‘met eten en drinken ging’. Mijn zoontje probeerde fanatiek een vierkant blokje door een rond gaatje te proppen, maar haakte meteen aan op die vraag. Jaaaaa, drinken, dacht hij en begon ‘tiet, tiet, tiet’ te roepen. “Hij krijgt af en toe nog een slokje”, bagatelliseerde ik de hele situatie, terwijl hij zijn hand in mijn beha stak. De arts zette meteen een aantekening in het dossier. ‘Twee jaar, krijgt nog regelmatig borstvoeding’ stond er op het scherm.

Alles uit de kast

Als er bij mijn kind ooit een steekje los zou raken, zouden ze zijn patiëntendossier erbij pakken en zeggen: “Daar ging het mis. Tietencomplex. Nooit losgekomen van zijn moeder.” De dokter vroeg: “Je vindt het zelf zeker ook nog erg prettig?” Gewoon een vraag, maar ik snapte wat ze bedoelde. Ze zag in mij zo’n moeder die alles uit de kast haalt om dat kind maar aan de borst te houden, bang nu al overbodig te worden. Zo’n moeder die huilt op iedere verjaardag, omdat haar kind groter wordt. Een moeder met een man die wel erg vaak overwerkt sinds hij een nieuwe secretaresse heeft en zij haar lange haar afknipte. Voor wie dat kind aan de borst haar enige levensdoel is.

Ik voelde sterk de drang dat beeld recht te zetten. “Nee, nee. Mijn man werkt niet heel vaak over en ik ga mijn haar nooit afknippen.” Dat vond ze een beetje vreemde reactie, vermoed ik. De arts was niet de enige die het voeden van mijn kind ziet als een manier om hem klein te houden. Lactatiekundige Patricia Walraven hoort die oordelen ook: “Mensen vinden het soms zelfs egoïstisch van de moeder. Een manier om het kind voor haarzelf te houden.” Mijn eigen moeder is ervan overtuigd dat mijn kind te afhankelijk blijft, wanneer ik hem zal blijven voeden. Patricia Walraven bestempelt dat als ouderwetse overtuigingen: “Misschien bedoelt ze het positief en gunt ze jou als moeder meer onafhankelijkheid. Maar mensen vergeten dat borstvoeding op latere leeftijd niet iets is waar kinderen afhankelijk van zijn. Ze eten gewoon met de pot mee. Je hoeft er niet meer ’s avonds voor thuis te blijven omdat ze anders honger krijgen. Het is gewoon iets waar het kind van geniet wanneer het kan.”

En genieten, dat doet mijn kind ervan. Wanneer ik zeg dat hij mag komen drinken, begint hij te gieren van plezier. Hij klapt in zijn mollige, zachte handjes, met kuiltjes waar ooit zijn knokkels zichtbaar zullen zijn. Hij pakt mijn hoofd vast en knuffelt me, alsof hij me wil bedanken. Nergens voor nodig. Ik ben allang blij even een goede reden te hebben om een paar minuten te zitten.

Na al die meningen vraag je je misschien af wat mijn eigen man ervan vindt. Onlangs zei hij tegen mijn tweejarige zoon dat de borsten van mama van hem zijn. Een geintje. Een emancipatie-technisch onverantwoord grapje, weliswaar. Vond ik niet per se leuk. Maar mijn kind was nog veel bozer. “Nee, mijn. Nee, mijn”, riep hij, terwijl hij stampend door het huis liep. Die ruzie moest ik beslechten door ze allebei naar hun kamer te sturen (grapje, mensen).

Het is niet dat mijn man niet aan mijn melkfabrieken mag komen, hoor. Al denk ik dat de zin daarin hem vergaat, wanneer ik ze zo noem. De tijden van stuwing en lekkende melk is allang voorbij. In het begin spoot het er bij iedere seksueel bedoelde toenadering uit. Vrij ongemakkelijk en libido-dodend. Nu mijn borsten al zo lang werken, lijken ze de balans te hebben gevonden. Ze voeden wanneer erom gevraagd wordt, verder functioneren ze ook in hun andere rollen.

Zo passen ze gewoon weer in mijn oude beha’s, pronken ouderwets in een leuk jurkje en mijn man kan ze aanraken zonder dat ze denken melk te moeten leveren. Intelligente borsten, die twee van mij. Die voelen het verschil inmiddels wel tussen ik-wil-je-nemen-aanrakingen, en ik-wil-uit-je-drinken-aanrakingen. Verder noemt mijn man het vooral ‘gezellig’ dat ik nog borstvoeding geef. Gek woord misschien, maar ik snap het wel. Het voelt heel huiselijk, zo lekker in de grote stoel met een kind aan de borst. En hij krijgt dat gevoel er blijkbaar ook bij. Ja, noem ons maar een stel mutsen. Mijn man maakte laatst op een onbewaakt moment een foto. Van mij, één borst eruit, kind eraan.

Hij liet de foto ’s avonds aan me zien. Het overviel en ontroerde me. Ik zag vooral intimiteit. Van een kind, al kan hij lopen en bijna praten, al lijkt hij in zijn spijkerbroekje en gympen al een hele vent, die gewoon lekker dicht bij zijn moeder wil zijn. Heel dichtbij. Zo dichtbij als hij kan komen. En ik geniet van zijn geluk. Wat anderen daar ook van vinden. En van het idee dat iedere 100 milliliter melk die ik hem geef, betekent dat ik 85 calorieën heb verbrand. •

Dit artikel stond eerder in LINDA. 181

Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief. 

exclusief voor jou

LINDA.MINI NIEUWSBRIEF ABONNEE

LINDA.MINI NIEUWSBRIEF ABONNEE

Dit wil ik