Leuk en aardig hoor, dat voornemen om je kind heel feministisch op te voeden, tot datzelfde kind je pijnlijk duidelijk maakt dat je zelf helemaal geen perfecte feminist bent. Hoe breng je je kind toch een beetje geëmancipeerd groot, ondanks dat je zelf misschien niet altijd het goede voorbeeld geeft? Journalist Tara Stokdijk gaat ten rade bij experts.
“Alleen mannen kunnen dingen repareren”, zei mijn 3-jarige dochter laatst. Ik schrok me wezenloos. “Wát zeg je nou? Van wie heb je dat?” Ik keek haar indringend aan, benieuwd hoe ze bij die totale onzin kwam. Van mezelf”, zei ze triomfantelijk. “Dat klopt helemaal niet hoor”, riep ik gepikeerd. “Vrouwen kunnen ook dingen repareren, niet alleen mannen! Hoor je me? Begrijp je wat ik zeg? Vrouwen kunnen alles!” Mijn stem sloeg ervan over. Eerlijk is eerlijk: ik wist natuurlijk wel hoe ze hierbij kwam. Ik repareer zelf absoluut nooit iets in huis. Dat doet haar vader of haar opa. Daar gáát mijn feministische opvoeding, dacht ik. Tenminste … daar ging het sowieso al niet zo goed mee. Toen mijn dochter me laatst vroeg waarom ik mijn benen scheer en papa niet, wist ik niet wat ik moest zeggen. En toen ze wilde weten waarom ik make-up opdeed: dito. “Omdat ik mezelf dan mooier vind”, stamelde ik. Ik kon mezelf wel een klap voor mijn kop geven. Dat was net níét wat ik mijn dochter wilde meegeven.





























