Eetleven

Carry Tefsen (87): ‘Mijn moeder kocht al brood van onbespoten graan toen dat nog niet hip was’

Van haar moeder leerde actrice Carry Tefsen (87) al vroeg dat suiker gif is, dus vermijdt ze het zo veel mogelijk. “Alleen als er iets te vieren valt, eet ik een grote punt appeltaart met een dot slagroom erop.”

U ziet er geweldig uit: 87 jaar, kaarsrecht en stralend. Wat is uw geheim? “Ik heb altijd gezond gegeten en veel gedanst, zou het daardoor komen? Mijn moeder bestelde al brood van onbespoten en onbewerkt graan bij de natuurwinkel toen dat nog niet hip was. Voor onze groenten had ze ook zo haar adresjes, alles vers van het land.”
En die gezonde manier hebt u doorgezet? “Ik doe mijn best. ’s Morgens yoghurt met cruesli, daarbij drink ik blaas & nier-thee of gezonde luchtwegen-thee, want ik heb af en toe last van mijn longen. Tussen de middag lunch ik met een beschuit en een bruine boterham, dik belegd met roomboter. Verder niks erop. En ’s avonds veel verse groenten, vis als het kan, biologisch als het lukt.”

En vast geen alcohol. “Jawel, mijn man en ik borrelen elke dag. Tegen zes uur schenken we voor hem een glas witte wijn in, ik drink twee biologische Gulpener-biertjes. We eten er een stukje oude kaas of ossenworst met mosterd bij.
Vroeger, als we midden in de nacht uit het theater kwamen, dronken we vaak samen een fles rode Rioja om te ontladen en na te kletsen, maar op een gegeven moment mondden die gesprekken wel erg vaak uit in ruzie. Dat moest haast wel door die wijn komen. Toen ben ik overgestapt op bier.”
Uw man en u werkten allebei in het theater. Was er wel tijd om samen met de kinderen te eten? “Wij waren heel veel van huis. Dus toen ze klein waren, zette ik alles van tevoren klaar, waarna een van onze oppassen het afmaakte en de kinderen naar bed bracht. Voor een voorstelling at ik zelf altijd heel licht. Een boterham of soepje. Ik wilde niet met een volle buik het podium op.”
Houdt u wel van koken? “Ik heb lang gedacht dat ik het niet kon, stiekem denk ik dat nog wel een beetje. Er komen ook nooit mensen bij ons eten – wanneer we vrienden ontvangen, gaan we naar een restaurant. Maar nu ik meer tijd heb, merk ik dat koken eigenlijk heel creatief is. Je kunt van alles bij elkaar gooien en zo je eigen recepten construeren. Ik maak vaak voor twee dagen ‘prut’. Bijna altijd gehakt, knoflook, uien, kruiden, wat soja, ietsje zout, mais en veel verse groente. Die prut gooi ik overal overheen. Over de stamppot, maar ook over aardappelen, rijst, pasta of kikkererwten. En dan met het bord op schoot het achtuurjournaal kijken.”