‘Moet ik me zorgen maken? Ben je van plan om zelfmoord te plegen?’ Het was tijdens een telefonisch consult met de gynaecoloog. Ik heb myomen: gezwellen in mijn baarmoeder die mijn leven al twee jaar bepalen.
Alles wijst erop dat ze goedaardig zijn, al is er pas na de operatie volledige zekerheid. Na verschillende medicijnen te hebben geprobeerd, is een baarmoederverwijdering nu de enige overgebleven optie. De arts legde uit hoe zo’n operatie in zijn werk gaat. Aan het einde van het telefoongesprek zei hij dat de wachttijd in dat ziekenhuis elf maanden is. Elf maanden.
'Ik leef van de uren waarop ik even geen pijn heb. Er ligt een injectie voor me klaar die me per direct in de overgang brengt'
Ik voelde mezelf wegzakken. Nog elf maanden buikkrampen. De dagelijkse hevige bloedingen, al acht maanden onafgebroken. De uitputting. Een buik die altijd op spanning staat en zwanger lijkt. Door pijn en doorlekken niet kunnen slapen. Paracetamol, zware hormoonpillen, tampons en maandverband vormen de basis van mijn dagen.
Ik begon te huilen. Ik zei dat ik dit niet volhoud. Dat mijn levenskwaliteit verdwijnt. Dat ik moe ben. Op. En toen kwam die vraag. Best direct, vond ik. Ik snap waarom hij hem stelde. Hij deed zijn werk. Zo’n vraag hoort bij een protocol als iemand zo reageert. Toch voelde het alsof mijn wanhoop ineens in een hokje moest passen. Is ze suïcidaal, of niet? Terwijl er zoveel meer tussen zit. Nee, ik wil niet dood. Maar ik wil ook niet nóg elf maanden op deze manier leven.
Met klachten die niet vanzelf overgaan en mijn wereld langzaam kleiner maken. Door afspraken af te zeggen. Door steeds opnieuw af te wegen wat wel en niet lukt: kan dit vandaag, of is het te veel? Het verlangen naar wie ik was vóór dit alles groeit. Naar pijnloze dagen, naar een lijf dat meewerkt in plaats van tegenwerkt. Naar weer kunnen vertrouwen op mijn gevoel. Nu leef ik in een lijf dat kunstmatig in een overgang wordt gezet.
Hormonen en injecties die de bloedingen zouden moeten stoppen, maar me vooral somber en uit balans maken. Om anderen er niet mee te belasten, trek ik me steeds vaker terug. En dus zou ik nog elf maanden met deze medicijnen door moeten … Ik wil weer impulsief leuke dingen kunnen doen. Mijn platte buik terug. De vrijheid voelen om een andere kleur broek te dragen dan zwart, zonder bang te zijn om door te lekken. Weer mezelf zijn. Met die levenssprankel.
Elf maanden wachten klinkt als tijd. Het heeft geen spoed. Het is (vooralsnog) niet levensbedreigend. Dat begrijp ik. Maar mijn lichaam trekt voortdurend aan de bel, en het systeem zegt: nog even wachten.
''Word ik kaal?', vroeg ik paniekerig: mijn lichaam neemt me keihard in de maling'
‘Ben je van plan om zelfmoord te plegen?’ Wat ik wilde horen was iets anders: ‘Elf maanden is te lang. Dit is niet houdbaar. We moeten kijken wat sneller kan.’ Ik dacht aan al die andere vrouwen met klachten die niet levensbedreigend zijn, maar wel levensbepalend. Bij wie wachten ook betekent: doorgaan. Aanpassen. Doormodderen. Steeds vaker voel ik de neiging om een clubje op te richten, met spandoeken te zwaaien: Help ons! En neem ons serieus.
Een paar dagen later belde de arts onverwacht. Hij verwees me door naar een ander ziekenhuis, waar de wachttijd korter is. Geen wonderoplossing. Wel tijd gewonnen. En het gevoel dat iemand écht met me meedacht. Opnieuw een intake. En eindelijk een operatiedatum. Twee weken later werd ik gebeld. Mijn operatiedatum is verzet. Naar later. En dus wacht ik weer. Op het moment dat ik eindelijk weer écht mag leven.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Om niet leeg te bloeden, slik ik zulke zware hormonen dat ik mezelf niet meer kan uitstaan'

















