Vandaag las ik dat op het moment dat je kind twaalf jaar oud is, je al 75 procent van alle tijd die je in je hele leven met je kind gaat doorbrengen, erop hebt zitten. Alsof dat nog niet deprimerend genoeg is, stond er een alinea verder dat zodra ze achttien zijn, je zelfs al op 90 procent zit.
NEGENTIG procent! Hoe langer je daarover nadenkt, hoe verdrietiger je wordt.
Over een aantal jaar laten ze me niet meer spontaan hun tekeningen zien, vragen ze me niet meer om ze in te stoppen voor het slapengaan of rennen ze niet meer naar de deur op het moment dat ik de auto parkeer als ik thuiskom uit mijn werk. Op een dag, waarvan het nu voelt alsof hij nooit zal komen, maar die altijd te vroeg zal arriveren, zullen ze druk zijn met hun vrienden en vriendinnen, met hun studie of werk, of zullen ze zelfs onder een ander dak wonen dan ik.
'Kennelijk was er weinig vertrouwen dat ik met evenveel kinderen terug zou komen als dat we vertrokken'
Dan zal ik degene zijn die vraagt om een moment van hun tijd. Om nog een keer samen een dag door te brengen. Begrijp me niet verkeerd: het is ook wat er moet gebeuren. Het zou niet goed zijn voor hun ontwikkeling als ze altijd thuis blijven wonen. Zo iemand ken ik ook. Zij bleef bij haar ouders wonen tot zij beiden hoogbejaard waren. Zelfs na jaren van aansporing door haar broer en zussen verliet ze pas haar ouderlijk huis toen een van haar ouders kwam te overlijden en de andere verplicht naar een verzorgingstehuis moest. Dat zou ik niet willen.
Wel zou ik de tijd even stil willen zetten. Dat ik een aantal jaren extra heb waarin ze ongeveer de leeftijd houden die ze nu hebben. Ze zijn nu op de leeftijd dat ze doorhebben als je een grapje tegen ze maakt en je zelfs van repliek dienen. Dat ze zich ontzettend groot voelen, maar nog steeds niets liever doen dan in je armen kruipen. Als je dat toch eens vijf jaar extra kon rekken.
'Hij dacht een dag als alle anderen te hebben en nu keert hij, door mijn toedoen, nooit meer terug'
Nu zeggen ze nog vol trots tegen hun vriendinnen: dit is mijn papa en hij maakt altijd gekke grapjes. Over een paar jaar, minder dan ik vingers aan één hand heb, zal dat veranderen in: dit is m’n vader, hij is een beetje gek, dus let maar niet te veel op hem. Hij vindt het zelf allemaal heel grappig, maar dat is het niet. Daarna zullen ze met hun ogen rollen en zich een beetje voor me schamen. Het hoort erbij, maar de gedachte dat het onvermijdelijk is, daar wil ik nu nog niet aan.
Noem mij een sentimentele spons en je hebt volkomen gelijk, maar ik kan me niet voorstellen dat niet elke ouder dit moment vreest. Om nog maar te zwijgen over het moment dat ze het nest verlaten. Bah. Vroeger vond ik het altijd maar onzin als mensen die al volwassen kinderen hadden, zeiden dat je ervan moet genieten, omdat het zo voorbij is. Nu ben ik, nu al, één van die mensen. Dus moeten we mooie herinneringen maken, genieten van kleine momenten en de verdrietige dingen zoveel mogelijk van ons af laten glijden. Koester alles en vergeet niet te genieten.
De hele maand maart lees je op LINDA.nl/PAULINE alles wat gasthoofdredacteur Pauline Wingelaar belangrijk vindt.















