Het kinderfeestje waar mijn beide dochters voor uitgenodigd waren zou om vijf uur afgelopen zijn. Het weekend rammelde aan de poort en na het boodschappen doen stonden mijn lief en ik volledig in de startblokken voor een avondje met zijn vieren thuis.
Koken, familiefilm en rustig aan.
Ping, een appje van de moeder van het feestvarken: de sfeer was daar nog ontzettend feestelijk, ze was nu een stapel pannenkoeken aan het bakken en, ach wat kon het ook schelen, ze opperde om er een logeerpartijtje van te maken. Of we dan, als wij dit ook een leuk idee vonden, twee tandenborstels en schone onderbroeken konden brengen voor onze dames. Een blik werd gewisseld en we maakten in ons hoofd duidelijk dezelfde afweging: een nachtje zonder kinderen, terwijl ze op een steenworp afstand waren, bij een gezin dat we goed kennen? DOEN!
We haastten ons uit onze kleding van het type hangen-op-de-bank, trokken wat leuks aan, gristen de benodigde kinderspullen mee en vertrokken. Er was een korte stop waar we de gevraagde bezorging deden en fietsten daarna richting de stad voor een hapje en een drankje.
Tot dusver was alles koek en ei. We waren vrij en zouden in elkaars ogen kijken tijdens een diner, terwijl we nipten van een glas rode wijn. Behalve dat we hadden gerekend buiten de dag en het tijdstip. Zonder reservering is het op vrijdagavond in de hoofdstad net zo makkelijk een tafeltje scoren als een punt tegen Federer, terwijl je geen handen hebt om een tennisracket mee vast te houden. Etablissement één zat dan ook rammetje vol.
Bij het tweede restaurant, een Italiaans tentje met gedimd licht en zachte muziek, kregen we ook nul op het rekest en stonden we op het punt ons vertrek te maken. Ik draaide mijn hoofd om tegen vrouwlief te zeggen dat we ook ergens een hamburger konden gaan eten, omdat het toch vooral ging om samen zijn en dat de rest me weinig uitmaakte.
Maar ik liep vooruit en vol gas tegen de ober aan – die zijn twee borden vongole uit zijn handen liet vallen. Tegen de tijd dat ik kon bevatten wat er gebeurd was, zag ik dat één man de pasta en schelpjes in zijn schoot had liggen, de fles rode wijn van hun tafel was omgevallen en dat de inhoud van diezelfde fles zijn tafelgenote tegenover hem had geraakt. Haar lichtblauwe blouse zat onder de vlekken.
Het hele zaakje viel stil en keek naar de ravage die ik zojuist had aangericht. Ik wilde verdwijnen, maar dat kon niet, want dit is mijn schuld. Onhandig stamelde ik excuses, zei iets over het uiteraard vergoeden van stomerijkosten en wilde, nogmaals, alleen maar weg.
De ober keek me vernietigend aan, en gelijk had hij, want ik voelde me een enorme cazzo di cavallo. Toch nog wat gehad aan een jaar Duolingo. Even wilde ik beginnen met opruimen, maar om nou pasta uit iemands kruis te graaien, leek me geen al te best plan. Duizendmaal sorry verder en na het achterlaten van mijn gegevens stonden we godzijdank weer buiten. We zijn bier gaan drinken en patat eten.
