Alsof een podcast, boek en voorstelling nog niet genoeg was, schrijft Evi Hanssen vanaf nu tweewekelijks columns voor LINDA.nl. Over – jawel – de overgang en menopauze. Verwacht eerlijkheid, herkenning, een beetje humor én een wetenschappelijk weetje.
De agent tikt op mijn raam. Ik schrik zo hard dat ik de pincet waarmee ik in de achteruitkijkspiegel mijn snorhaartjes aan het uittrekken ben, laat vallen. Ik duw op het knopje en het raampje zoemt zachtjes omlaag. “U mag hier maar tien minuten staan”, zegt de man in blauw uniform, die net iets ouder lijkt dan mijn oudste zoon. Ook zijn snor lijkt nog niet helemaal volgroeid.
“Oh sorry, dat had ik niet door”, lieg ik. Ik rol even met mijn ogen en tik zachtjes tegen mijn hoofd om mijn acteerspel nog wat bij te zetten. De agent werpt een blik op mijn schoot. Ik volg zijn blik en ben trots op mezelf. Want daar ligt geen telefoon. Anders had ik misschien een bekeuring gekregen.
“Geen probleem, mevrouw, kan gebeuren”, zegt hij vriendelijk. Zijn stem slaat even over. Is dit een agent of een stagiair? Het raampje zoemt weer omhoog. Ik doe mijn gordel om, glimlach nog een keer naar de jongeman en rijd rustig weg. Vroeger werd ik altijd zenuwachtig in de buurt van de politie. Ik had dan het gevoel dat ik iets verkeerds deed, ook als ik niets deed.
Dat ik per ongeluk een regel had overtreden, waarvan ik het bestaan niet kende. Nu zie ik een agent als een gelijke. Of in het geval van dit jonge exemplaar: als een piepkuiken dat ik eerder moederlijk tegen mijn boezem zou willen drukken. Of een klopje tegen zijn schouder zou willen geven. Zo van: goed gedaan, jongen. Je moeder is trots op je.
Het is vreemd hoe dat schuift, mijn verhouding tot gezag. Tot tijd. Tot mijn plaats in de maatschappij, tot mijn rol binnen ons gezin. Als jonge moeder bleef ik ook vaak in de auto zitten voor ik mijn huis binnenstapte. Om nog even te genieten van de stilte. De auto als veilige cocon om op te laden tegen het chaotische kindergeweld dat binnen op me wachtte. De vragen, de zorg, de schattige plakhandjes aan mijn lichaam. De nood aan mij.
'Nog een symptoom van de overgang: je stopt met jezelf netjes te gedragen, ook in bed'
Maar mijn kinderen zijn nu pubers die amper opkijken als hun moeder binnenwandelt en mij nu ’s avonds een kus komen geven als ik al in bed lig. Ze hebben mij minder nodig en ook al is dat wennen, het voelt ook wel goed.
Toch vind ik het de laatste maanden opnieuw heerlijk om nog even te blijven zitten voor ik uitstap. Of nadat ik net ben ingestapt. Zo was het deze ochtend ook. Ik kwam uit het postkantoor om snel een pakketje op te halen. Toen ik weer in de auto zat, had ik nog geen zin om te vertrekken. “Wat stond je daar ook te doen”, vraag Kurt, mijn man, als ik hem een beetje hautain vertel over die jonge agent die me aansprak. “Oh, gewoon even staan.”
Hij roert verder in de soep terwijl hij zijn schouders ophaalt. Hij begrijpt me weer niet. Maar eigenlijk is het simpel: een vrouw in de overgang blijft zo lang in de auto zitten tot ze zelf beslist om uit te stappen. Niet om een bepaalde reden, maar gewoon. Omdat niemand anders dat moment nog voor haar bepaalt. Niet haar kinderen, niet haar werk, niet de agent met zijn tien minuten. En ook omdat de achteruitkijkspiegel nu eenmaal de beste spiegel is om fijne haartjes uit te trekken.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
In 'Bloedheet & Tranen' bespreekt Evi Hanssen de overgang met humor en rock-'n-roll: 'Mannen herkennen hun vrouw in mij'
















