Van de zorg over haar kind tot klussen in huis: elke week schrijft Carolien Spaans voor LINDA. over alles waar je als alleenstaande moeder tegenaan loopt.
Ik kreeg deze week een boos appje van een oude vriendin. Of nou ja, boos; de toon was eerder teleurgesteld, zo zijn vrouwen. Maar ze bedoelde het boos, en terecht. Ik had de telefoon niet opgenomen toen ze belde en sowieso verder niks van me laten horen, terwijl ik wist dat ze slecht nieuws had gekregen.
'Ik heb nooit verkering gehad met iemand die mijn hobby's deelt, Jean was een fanatiek wielrenner en ik lachte hem uit om zijn pakjes'
‘Je hebt helemaal gelijk’, stuurde ik terug. Daar had ik het bij moeten laten. Dat, plus wél een telefoontje van mijn kant, maar dan krijg ik toch de neiging in de verdediging te schieten. Overdag ben ik aan het werk en ’s avonds heb ik simpelweg de puf niet meer om te bellen, als het me al gelukt is om wakker te blijven. Luuk gaat weer door een fase, waarom doet er niet toe, maar het komt erop neer dat ik bij hem moet blijven liggen tot hij slaapt. In dit soort periodes kan dat lang duren.
Het praten, meestal met tranen en troosten en kalmeren, elke avond weer. Soms duurt zo’n dip een paar avonden, maar ook weleens een maand. Onder de streep betekent dat het weggummen van mijn enige twee uurtjes vrije tijd op een dag, bovendien is dit maximale moederen mentaal een uitputtingsslag. Áls ik dan nog even naar beneden kan, is nog een gesprek voeren gewoon geen optie meer, ‘ik ben dan een lege huls’, app ik haar. Zij weet dat, het is niet de eerste keer dat ik haar heb teleurgesteld en mijn reden blijft helaas hetzelfde.
In de dagen, soms weken dat ik niet boven dienst heb, zit ik beneden lamgeslagen op de bank. Door mijn hoofd spoken dan de ellenlange lijstjes met wat ik allemaal nog moet doen, ben vergeten en niet mag vergeten. Dat is veel, als je de kar alleen trekt. Heel af en toe probeer ik wat punten af te strepen, maar meestal moet ik mijn hoofd uitzetten. Met Netflix, of een stom spelletje op mijn iPad. Net zolang totdat het ver voorbij mijn bedtijd is en ik alsnog overga tot nachtelijk piekeren.
Zij heeft gelijk, ik heb mijn oorzaken, ergens in het midden voel ik me hoe dan ook een slechte vriendin. Aan haar denken – wat ik elke dag heb gedaan – is iets waar zij op dit moment geen bal aan heeft. Ze heeft een luisterend oor nodig, en al die andere dingen die ik in de avonden aan Luuk opmaak of wegmoffel in oppervlakkig vermaak.
Ik kan mijn zoon een keer boven aan zijn lot overlaten en mijn energie in m’n vriendin steken. Daarmee leer ik hem dat hij soms in z’n eentje zijn sores moet uitzoeken. Ik doe hem er, met het oog op een weerbare toekomst, zelfs een dienst mee. Maar ik kies voor de kortetermijnoptie, elke avond weer.
Ik weet ook dat zij wel altijd haar telefoon opneemt. Totdat ze me zat is, dat moment moet toch een keer komen. Vanavond ben ik te moe, maar ik ga haar morgen bellen. Of een ander keertje. Tot die tijd denk ik aan haar, ze staat hoog op mijn piekerlijst.
'Als er iets niet cool is, dan is het een jolige moeder van 47 die besluit een spreekkoor in haar eentje te doen'

















