“Oh ik ben jaloers, ik had er zo graag bij willen zijn, ik heb er alles voor over.” Ik kijk mijn oudste dochter schuin aan als ze dat zegt. “Nou ja, bijna alles dan.” Want Billie Eilish, de ultieme favoriet, is in Nederland en wij hebben, en vooral zij heeft, geen kaartjes.
En dan helpt social media het er lekker in wrijven: vriendin Eva was er wel en stond erg dicht bij het podium. Ik krijg de ene hysterische story na de andere onder mijn neus gedrukt.
Vroeger dacht ik dat fanatiek fan zijn tijdelijk was en nu weet ik dat het vooral een tienerding is, zeker als ik de euforische tienergezichten van Harry Styles of Taylor Swift-fans zie. Fans die pisnijdig worden als je ook maar iets negatiefs over hun idool zegt. Ik ben blij dat ik geen recensent ben.
Zelf startte ik rijkelijk laat met enig fanatisme. Als tiener was ik heus verliefd op INXS en fan van Prince. Je bezocht een concertje hier of daar. Echt diehard fan zijn betekende in de jaren 80 vooral dat je levensgrote posters naast je bed hing. Dat was het.
Pas op mijn 22e werd ik een originele fan, van een in Nederland redelijk onbekende Italiaanse band. Voor mijn dertigste levensjaar schuimde ik dan ook het Italiaanse schiereiland af voor concerten; van een duffe gymzaal in Padova tot een atrium in Rome. Het was geld, tijd en moeite meer dan waard. Vlak na mijn scheiding leefde ik rond de armoedegrens en wist ik toch te sparen voor een optreden in een winkelcentrum in Turijn.

Dan heb je nog het toegewijd zijn in het kwadraat: ik ken iemand die, ik overdrijf niet, gemiddeld vijftien keer per jaar een concert van zijn favoriete band bijwoont. Hij reist de mannen in alle hoeken van Europa na. Het dwingt respect af, die diepe loyaliteit, maar in mijn DNA zit het niet. Al geeft de Italiaan twintig concerten in de buurt, dan nog zou ik ze niet allemaal bijwonen, puur uit vrees dat de magie er afgaat. Dat wil ik niet.
“Sommige fans liggen dagen voor het concert al voor de entree”, merk ik terloops tegen de dochter op. “En als ze eenmaal op het veld staan, wijken ze niet van hun plek.” Ik laat achterwege dat de plek voor mij nooit iets toevoegt, omdat ik zo klein ben dat ik in concertzalen alleen wat kan zien als ik op iemands nek zit of vooraan tegen het podium geplakt word. Op mijn leeftijd zijn dat gewoon geen opties.
“Mam, weet je dat een paar van die meiden bij Billie gewoon in een luier stonden?”
“Eh… wat??”, vraag ik verbaasd. “Die willen blijven staan en dus niet naar de wc hoeven, vlak voordat het concert begint.” Ik geloof het niet en zeg, met kalmere stem: “Dat lijkt me een broodjeaapverhaal.”
“Nee mam, dat is echt zo. Ik ken een vriendin van een vriendin en die heeft dat gedaan.”
Mijn hoofd ontploft, zoveel vragen. Luiers als in incontinentie voor ouderen en volwassenen, of dragen de dertienjarigen dan een luier bedoeld voor een kind van zeven dat nog in bed plast? En als ik mijn plas ophoud terwijl ik ontzettend nodig moet, verbaast de enorme hoeveelheid me zodra ik de blaas eindelijk ‘leeg’.’ Dat kan toch nooit goed gaan in een strakke spijkerbroek?! Ik houd de vragen voor me.
Vandaag was ik bij het concert van Mannarino, een andere Italiaan, in Utrecht waar ik geen luier heb gezien.
Mannarino’s stem is betoverend laag en hij is live fenomenaal. Sommige liedjes zitten zo diep in mijn brein aan een herinnering vast, dat ze heftig emotioneren. Het gros van het publiek is Italiaans, Italianen zijn doorgaans luid maar kletsen niet continu door een concert heen, dus dat maakt de ervaring nog intenser. Als hij mijn favoriete lied, Statte Zitta (=houd je mond) zingt, moet ik huilen. De tranen glijden over mijn wangen, ook incontinentie.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
