Het is een van de belangrijkste onderdelen van Prinsjesdag: koning Willem-Alexander die de troonrede voorleest. Maar wie schrijft die tekst eigenlijk?
We frissen je kennis even op.
Wat staat er in?
De troonrede wordt geschreven in opdracht van het kabinet. Ministers en staatssecretarissen leveren aan wat er in komt te staan: welke plannen, ambities en ontwikkelingen relevant zijn voor het komende jaar. De troonrede wordt sinds 2022 uitgesproken in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, door de grote renovatie van het Binnenhof.
De tekst gaat dus vooral over het beleid van de regering op onderwerpen als de economie, zorg, wonen, onderwijs en veiligheid. In de aanloop naar Prinsjesdag levert iedere minister een tekst aan voor zijn of haar beleidsterrein.
Het is vervolgens aan de minister-president en ambtenaren van het Ministerie van Algemene Zaken om een conceptversie van de troonrede te schrijven. Dit concept wordt voorgelegd aan de ministerraad, die het bespreekt en aanpast waar nodig. Tijdens de laatste ministerraad voor Prinsjesdag wordt de troonrede definitief gemaakt.
De koning krijgt de tekst niet pas in zijn handen gedrukt vlak voor Prinsjesdag. De tekst wordt vooraf al met hem besproken, al kan de koning zelf geen opmerkingen maken of suggesties doen. Dat de koning de tekst uitspreekt, betekent dus niet dat hij het politieke beleid bepaalt: dat blijft in handen van de regering. In Nederland is de koning onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk voor wat hij zegt en doet.
De troonrede is dan ook in feite de boodschap van de regering, die alleen uitgesproken wordt door het staatshoofd. En dat verklaart meteen waarom-ie soms behoorlijk politiek kan klinken: het kabinet schrijft, de koning leest voor. En dat gebeurt dus ieder jaar op Prinsjesdag, voor een zaal vol Kamerleden, genodigden en vooral heel veel hoedjes.