‘Til op weg naar je vakantiebestemming nóóit de bril op van zo’n draai-wc’
doorRoos Moggré

Roos Moggré (44) is presentatrice en journaliste, getrouwd en heeft twee kinderen.
Ik ga het maar gewoon zeggen zoals het is: vakantiegangers zijn op hun lelijkst als ze onderweg zijn en moeten plassen bij een tankstation. En als ik ‘vakantieganger’ zeg, dan bedoel ik zeker ook mezelf. In de zomer én in de winter rijd ik, net als zo veel Nederlanders, richting het zuiden. En op de een of andere manier zie ik er al na de eerste sanitaire stop uit alsof ik drie weken in een lekke tent heb gekampeerd of al maanden niet heb geslapen door een huilbaby. Geloof me: vliegtuighaar is echt helemaal niks vergeleken met mijn ‘ik zit al uren met jonge kinderen in de auto’-look. En ik ben niet de enige. Het verlies van decorum is groot in een tankstation. Ik heb oprecht medelijden met het personeel, dat de hele dag naar die verfomfaaide hoofden moet kijken. Mijn haar ontploft, mijn trui wordt vies en mijn mascara zakt tot onder mijn kin. De stemming, na honderd vragen per minuut – “Wanneer zijn we er”, “Mag ik een dropje” en “Ik moet plassen” – daalt bovendien ook al snel tot ver onder nul. Als je zonder kinderen reist, kun je rustig een gesprek voeren, naar je favoriete muziek luisteren en – god, ik noem maar iets – af en toe zelfs nog even je ogen dichtdoen. Reis je met jonge kinderen, dan hoor ik mezelf vaker dan me lief is dingen roepen als: “Nee, niet je snot aan je zus afvegen”, “Geen ruzie maken over de iPad” en “Nee, je mag nu niet al je snoep opeten, want dan ga je straks kotsen.” En kotsende kinderen ín de auto zijn erger dan kotsende kinderen búíten de auto. Geloof me.
Maar goed, ik dwaal af. Terug naar het tankstation. Dat op zichzelf trouwens al vreselijk is, met of zonder kinderen. Voor mensen met smetvrees is het denk ik de hel. Afgelopen winter beleefde ik in een Duits tankstation een absoluut dieptepunt met mijn vijfjarige zoon. We gingen samen een toilethokje in, omdat ik na het lezen van Het gouden ei (googel maar) nog altijd bang ben dat een van mijn gezinsleden langs de kant van de weg wordt ontvoerd. Dus mijn jongste moet met een van ons mee naar de wc. En zo stonden we dus samen in een Duits tankstation te plassen. In zo’n toilet waarbij de bril na gebruik vanzelf ronddraait om zichzelf schoon te maken. Ik ging er altijd van uit dat zo’n ding schoner was dan een gewone wc-bril. Waarom zou hij anders bestaan? Totdat mijn vijfjarige die bril optilde. OMG. Doe. Dat. Nooit. Til nooit de bril op van zo’n draai-wc. Echt niet. Alles wat lelijk is in deze wereld heeft zich verzameld onder die bril. Dat beeld krijg ik nooit meer uit mijn hoofd. En toch ga ik deze zomer waarschijnlijk gewoon weer met de auto op vakantie. Maar plassen op zo’n ding? Ik kijk wel uit. Ik vouw nog liever een plastuit van deze LINDA.•
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.261 KNAP GELUKKIG lees hier het hele magazine.
‘Vroeger stond ik permanent rood, maar ik toverde altijd wel ergens kleingeld vandaan’