Omdat de zoektocht naar een huis in een gebied rond de hoofdstad al twee jaar vruchteloos bleef, besloten we het voor een keer over een andere boeg te gooien.
Verandering van spijs doet eten en wat koop je nou eigenlijk voor hetzelfde geld op een andere plek. Dat idee.
We zijn inmiddels twaalf bezichtigingen en zes biedingen verder en we wonen nog steeds niet onder een ander dak. Je kunt namelijk ook elders gelukkig worden. Waar het leven minder gehaast is. Dan maar iedere dag een uur eerder van huis weg richting je werk. Met droge voeten voor als het water komt en een nuchtere mentaliteit in de categorie doenaarnormaaldandoejealgekgenoeg.
We gingen kijken bij een bouwval in de provincie. Voor hetzelfde geld als een hoekwoning in een gemeente naast Amsterdam, hadden we hier een paleis met een lap grond. Driehonderd vierkante meter aan woonoppervlak. Wat moet een mens ermee, dat klopt. En een tuin waar je zonder zitmaaier niets te zoeken had. Ik zag me al helemaal zitten: met een strohoed op het hoofd en een ontbloot bovenlijf zou ik vrolijk neuriënd de grasmat ter grootte van een voetbalveld voorzien van een nieuw kapsel. Achter in het veld kon een shetlandpony die ik Meneer Willem zou noemen. Een kas waarin ik tomaten, komkommer en druiven zou kweken.
Natuurlijk er zat wat werk in, maar het huis zat vol mogelijkheden. Aldus de makelaar. In diens termen wil het eigenlijk zeggen: het is één grote pleurisbende, dus kijk alsjeblieft door de verrote kozijnen, lekkages in het plafond en de door ons in de advertentie onbenoemde asbesten platen op de schuur heen.
Over de makelaar trouwens niets dan goeds. Geen haast, geen gelikte praatjes en dito elektrische auto en/of kledij. Hij noemde geen andere bieders, had geen haast en wist zowaar één en ander aan vragen van inhoudelijke antwoorden te voorzien.
Het gekke is: ik zag het nog zitten ook. Elke dag opstaan met het geluid van de vogeltjes, een open haard waarin ik rechtop kon staan en een huis dat je vanaf de openbare weg niet kon zien. Dit was een leven zoals je het in de film ziet. Ik keek naar rechts en trof de blik van mijn liefste. Die zei iets heel anders: “Mogelijkheden, potentie, m’n reet.”
Als geboren en getogen Amsterdammer was ze sowieso al beperkt fan van het wonen buiten fietsafstand van haar werk, familie en vrienden. Je kunt het mooi uitzoeken Versteegh, maar dit gaan we niet doen, zei ze zonder een woord te zeggen.
Ons leventje in het oosten des lands gaat, in ieder geval voorlopig, niet door. Met gierende banden reed ze ons weer terug naar de randstad. Het bleek niet één, maar twee uur rijden. Ook dat nog.
Ik legde mijn hand op haar been en zei: “We gaan nooit een ander huis vinden.” “Dat weet ik”, zei ze terwijl ze met een halve glimlach om haar mond door de voorruit naar buiten keek. De weg richting thuis.
