Omdat ik ook niet wist dat de winter tot nu toe zo mild zou zijn, gingen we naar een plek waar het nog 20 graden was. We waren in Griekenland en verbleven in een hotel op het eiland Kos.
In dat hotel kon je massages boeken en mijn masseur heette Nikos.
Een imposant lange Griek met een buik als een circusdirecteur en twee boomstammen van armen. Armen die zo behaard waren dat je gerust kon spreken van een vacht. Zijn kale hoofd, daar gek genoeg geen haar, aan de linkerkant geflankeerd door een oorbel en in het midden door een innemende lach. “Hello sir, welcome to the spa, please follow me, sir.”
Terwijl hij me voor gaat door een lange gang waar klankschalenmuziek klinkt, probeer ik in te schatten hoeveel koppen hij groter is dan ik: ongeveer 2,3 denk ik. Aangezien ik net uit de sauna kom, een advies van een collega van Nikos de Griekos, draag ik naast een handdoek niets anders dan mijn badjas. Terwijl ik me van beide dingen ontdoe kijkt Nikos eens naar beneden, waar niets mij nog bedekt, en zegt: “Okay”.
Hij loopt de kamer uit, ik sla toch maar weer even een handdoek om, en komt terug met een papieren onderbroek. Denk een blauwe muts die ze bij ziekenhuisoperaties dragen, maar dan met twee gaten erin om je benen door te steken. Er zijn weinig dingen zo onflatteus als een papieren onderbroek. Gelukkig kan niemand me zien, behalve Nikos. Hij komt de kamer weer binnen en we kunnen beginnen.
Nikos gebruikt zijn enorme handen, klauwen eigenlijk, met fikse kracht. Vooraf heb ik aangegeven van stevige massages te houden. Iets wat doorgaans klopt, maar ik had even buiten deze vriendelijke edoch oersterke Griekse sloopkogel gerekend! Af en toe kan ik enig kermen niet inhouden, ondanks dat ik me natuurlijk niet wil laten kennen. Het ontsnapt simpelweg. Daarbij weet ik van eerdere massages dat er na een minuut of tien altijd de vraag komt of alles naar wens is. Dat moment, zo neem ik me voor, ga ik gebruiken om zachtjes te piepen dat het best een klein tandje minder kan. Helaas is Nikos zo overtuigd van zijn massagekunsten, dat de vraag nooit komt. Uiteraard ben ik te schijterig om vanuit het niets iets te zeggen.
Nikos staat inmiddels aan het hoofdeinde van de massagetafel. Terwijl zijn vingers, ook ieder met een eigen kapsel aan haar, mijn schouders vermorzelen, botst zijn buik tegen mijn hoofd. Ik begrijp dat hij er weinig aan kan doen, omdat zo’n pens nou eenmaal ruimte inneemt. Maar het voelt toch wat ongemakkelijk om bij iedere beweging iemands vetrol in je nek te voelen stuiteren.
Na 90 minuten – ik was zo dom om voor een extra lange marteling te gaan – zit het er godzijdank op. Nikos zegt dat ik even rustig kan bijkomen, zeer nodig, en dat hij op de gang op me wacht. Compleet gesloopt stap ik tien minuten later naar buiten. Het heeft nog twee dagen pijn gedaan.
