Hij was niet m’n type, voor zover je dat op je zestiende weet. Met z’n lange, bruine haar leek Jaap in niks op de grote Viking over wie ik fantaseerde. Hij was negentien en hield van Soundgarden, terwijl ik onder een poster van Prince (in blauw pak met witte wolken) in slaap viel.
Jaap hoorde bij Suus d’r alternatieve grunge-vrienden. Ondanks smoezelige tie dye-shirts en ratten was Suus m’n beste vriendin. Qua groep hoorde ik officieel nergens bij. En ik was trots op m’n Zwitserland-status. Vrienden maak ik met wie het klikt, niet omdat je in m’n sportteam zit of we dezelfde kledingstijl hebben.
Jaap had, ondanks z’n geringe lengte, natuurlijk overwicht. Hij suste ruzies, kletste met iedereen en lachte vaak. Als je in een drukke kroeg in zijn buurt stond, voelde het veilig. Hij had charisma en verkering met een roodharige van een andere school. Op vrijdagmiddagen dronk de vriendengroep bier in de Tapperij, ik een Martini Bianco.



















