2018 was het jaar van Stint-ongelukken, blokkeerfriezen en milieuvervuiling. Maar vorig jaar leefden we ook langer – en beter – dan ooit tevoren.
Columnist Nicholas Kristof pent in New York Timesover waarom 2018 volgens hem zo’n mooi jaar was.
Gitzwarte voorspellingen
Helemaal positief begint hij zijn stuk niet. Want volgens de schrijver zal het niet lang meer duren tot de wereld verdoemd is. Zal de economie als eerste instorten of kunnen we eerst nog een oorlog verwachten? Dat weet hij niet. Daarom vindt hij het verstandig om eens te kijken naar wat wél goed gaat, in plaats van alsmaar gitzwarte voorspellingen te doen. En als het glas dan toch halfvol is, dan kunnen we het maar beter met smaak leeg drinken, toch?
Geletterd en gezond in 2018
Gelukkig zijn er veel zaken die vorig jaar goed gingen. Iedere dag kregen bijvoorbeeld 305.000 mensen voor de eerste keer schoon water te drinken. En 295.000 mensen kregen dagelijks voor de eerste keer toegang tot elektriciteit. Daarnaast waren nooit eerder zoveel van de wereldbewoners geletterd en leefden we vorig jaar gemiddeld het langst tot nu toe.
Kristof vindt het goed om eens te relativeren. Want ook al stierven de afgelopen 24 uur 15.000 kinderen wereldwijd: in de jaren negentig stond dit getal op het dubbele daarvan: 30.000. Kristof probeert in zijn column de goede kanten te laten zien en blikt terug op het, relatief gezien, toch wel mooie 2018. Die positiviteit is ook weleens fijn.
Het hele stuk van The New York Times lees je hier.