Twee ingezonden brieven, van Stijn Warmenhoven (19) en Jan Hoek (94), werden door de koning in zijn Troonrede besproken. Tot grote verrassing van de briefschrijvers.
Hoewel we zoals vanouds konden genieten van de jurk van Máxima, was Prinsjesdag 2020 dit jaar toch anders dan normaal. Zo zag Eerste Kamer-lid Mirjam de Blécourt geen parade aan bonte hoedjes, geen gouden koets en ook geen duizenden mensen voor de dranghekken om een glimp van de koninklijke familie op te vangen.
Toch was het – zeker voor Stijn Warmenhoven en Jan Hoek – wel een Prinsjesdag voor in de boeken. De koning refereerde in zijn Troonrede namelijk naar de open brief die meneer Hoek begin augustus schreef in het AD. De bejaarde man vroeg de jongeren van nu rekening te houden met de ouderen en zwakkeren in tijden van corona. “Wij waren tijdens de oorlogen tien jaar van onze jeugd kwijt. Probeer nou nog een klein jaar de rug recht te houden. Dan kun je daarna waarschijnlijk weer volop van je jonge leven genieten”, stond er in de brief. Volgens de koning heeft meneer Hoek met zijn woorden veel losgemaakt in de samenleving.