Kindertherapeute Caroline Beerkens (37) – zelf moeder van drie – geeft aan de hand van haar eigen ervaringen nuchter en praktisch advies over opvoeden. Deze week: het samengestelde gezin
Ik lig naast Sam wanneer hij het vraagt. Zijn haar ruikt nog naar shampoo. Zijn knuffel zit onder zijn arm geklemd. Hij kijkt me aan zoals kinderen dat kunnen doen: open, nieuwsgierig, zonder te weten dat één zin een volwassen hart volledig uit balans kan brengen. “Waarom woon ik eigenlijk niet bij papa?”
Mijn mond blijft dicht. Ik voel mijn hart ineens in mijn keel kloppen. Mijn borst trekt samen. Er schiet maar een gedachte door me heen: zie je wel. Je bent niet genoeg geweest. Het is een gedachte waar ik me bijna voor schaam. Want ik ben kindertherapeut. Ik wéét wat hier gebeurt.
Sterker nog: ik heb deze woorden honderden keren tegen ouders uitgesproken. Dat kinderen loyaal zijn aan allebei hun ouders. Dat het gezond is als ze zeggen dat ze de ander missen. Dat een kind niet hoeft te kiezen. En toch. Op het moment dat mijn eigen zoon die vraag stelt, verdwijnt al die kennis naar de achtergrond. Er verschijnt iets veel sterkers. De moeder. Niet de therapeut. Gewoon een moeder.
Caroline Beerkens: 'De keren dat we samen op pad gaan, zijn meestal voor een verplichting'
Een moeder die zich ineens afvraagt of ze haar kind tekort heeft gedaan.
Of hij gelukkiger was geweest als zijn ouders nog samen waren. Of alle moeite van de afgelopen jaren genoeg is geweest. Ik denk aan de duizenden boterhammen die ik heb gesmeerd. Aan de wekker die iedere ochtend veel te vroeg ging. De voetbaltrainingen in de stromende regen. De nachten waarop hij ziek was en ik naast zijn bed zat. En aan alle keren dat ik streng moest zijn, terwijl ik hem het liefst gewoon wilde vasthouden.
En heel even voelt het alsof al die herinneringen tegenover één vraag komen te staan. Ik hoor mezelf zeggen: “Ik snap dat je dat vraagt.” Meer krijg ik er aanvankelijk niet uit. “Het is logisch dat je graag bij papa bent, maar door papa’s werk is dit nu even wat het is.” Hij knikt. “Dan is papa zijn werk stom.” Ik glimlach. “Ja”, zeg ik. “Dat vind ik soms ook.”
Hij draait zich om. Binnen twee minuten slaapt hij. Voor hem was het een vraag. Voor mij werd het een slapeloze nacht. Beneden zit Josh op de bank. Coco’s Duplo ligt nog over de vloer verspreid. Ik vertel wat er net gebeurde en breek halverwege mijn eerste zin. Niet omdat Sam iets verkeerd zei. Maar omdat hij precies de plek raakte waar mijn schuld al die jaren stil had gelegen.
Schuld laat je namelijk vreemde dingen geloven. Dat jij de scheiding had moeten voorkomen. Dat jij het gemis had moeten oplossen. Dat jouw liefde groot genoeg had moeten zijn om het gemis van een andere ouder op te vullen. Alsof dat ooit zou kunnen. Josh houdt me stevig vast, en weet net als ik dat hij dit gevoel niet kan wegnemen met woorden.
In de contextuele therapie noemen we dit loyaliteit. Kinderen zijn niet gemaakt om tussen hun ouders te kiezen. Ze dragen allebei hun ouders met zich mee. Altijd. Wanneer een kind zegt: “Ik wil naar papa”, of: “Waarom woon ik daar niet?”, gaat dat zelden over afwijzing. Het gaat bijna altijd over verbondenheid. Onderzoek laat zien dat juist kinderen die zich veilig voelen, ruimte ervaren om zulke gevoelens hardop uit te spreken. Niet omdat ze minder van de ene ouder houden, maar omdat ze erop vertrouwen dat hun liefde voor de ander er óók mag zijn.
De volgende ochtend is Sam alweer bezig met heel andere dingen. Hij maakt ruzie met Coco over de laatste boterham, vraagt of hij na school mag afspreken en rent de deur uit alsof de avond ervoor nooit heeft bestaan. Ik blijf nog heel even staan. En ineens begrijp ik iets wat ik als therapeut al jaren wist, maar als moeder blijkbaar nog moest leren. Mijn zoon vertelde me niet of hij liever bij zijn vader wilde wonen. Hij vroeg of er in zijn leven ruimte mocht zijn om evenveel van zijn vader te houden als van mij.
Dat is iets heel anders. Misschien is dat wel het moeilijkste aan co-ouderschap.
Dat je als ouder steeds opnieuw moet verdragen dat de liefde van je kind niet exclusief is. En misschien is dat tegelijkertijd ook het mooiste. Want liefde is voor kinderen geen taart. Als de een een groter stuk krijgt, blijft er voor de ander niet minder over. Zoals ik het tegen mijn kinderen zeg: “Je hart kan oneindige, eindeloze liefde geven. Die is nooit op.”
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief.
Caroline Beerkens over moederhaast: 'Het leven draait om schema’s, verantwoordelijkheden en onderbrekingen'

















