Kindertherapeut Caroline Beerkens (37) – zelf moeder van drie – geeft aan de hand van haar eigen ervaringen nuchtere en praktische inzichten over opvoeden. Deze week: vliegen met kinderen.
Volg jij LINDA.mini al op Instagram?
Na een zomer waarin Josh meer weekenden op festivalterreinen heeft doorgebracht dan thuis, snakken we naar een paar dagen waarop niemand hoeft op te treden, vroeg weg moet of midden in de nacht thuiskomt. Zodra het festivalseizoen voorbij is, kijken we dan ook altijd naar de herfstvakantie. Even weg met elkaar. Het liefst ergens waar de zon nog schijnt en niemand weet hoe laat onze kinderen normaal gesproken naar bed gaan. Daarvoor moeten we alleen wel eerst vliegen.
Wat te doen bij driftbuien in het wild? Kindertherapeut Caroline Beerkens maakt het zelf ook regelmatig mee
Een keer per jaar gaan we met het vliegtuig. Dat vinden we voorlopig meer dan genoeg. De vorige keer kwamen we bepakt en bezakt bij onze stoelen aan. Drie kinderen, vijf rugzakken, koptelefoons, knuffels, flesjes, doekjes, eten voor een middelgrote crèche en speelgoed waarvan ik thuis nog dacht dat het ons uren bezig zou houden. Het was een dagvlucht, dus dat moest te doen zijn met kinderen.
De geen-filmpjes-regel ging voor die dag op de schop. Sam kreeg een film, Coco ook en daarmee waren de oudste twee voorlopig onder de pannen. Coco plakte ondertussen drie kilo Stitch-stickers op alles wat los en vast zat en Jones wilde niet zitten. Ze wilde lopen. Daarna wilde ze op schoot. Toen wilde ze weer lopen. Ze wilde haar fles, maar gooide hem weg zodra ik hem gaf. Haar panda moest erbij, maar blijkbaar niet op de manier waarop ik hem aangaf.
Ik zag het meteen. Ze was moe. Niet gewoon moe, maar voorbij het punt waarop slapen nog een voor de hand liggende oplossing is. Ze begon te huilen en de vrouw voor ons draaide zich om. Eerst kort. Daarna nog een keer, iets langer.
Ik keek met een soort sorry en samengeknepen ogen terug. De blik die je als ouder automatisch ontwikkelt voor publieke ruimtes. Ik weet het. Ik hoor het ook. Ik doe mijn best. Het huilen werd harder en het getrappel ging inmiddels alle kanten op. Mijn hoofd werd roder. Het voelde alsof het hele vliegtuig naar ons keek, maar vooral de vrouw voor ons voelde ik door haar stoel heen branden.
Caroline Beerkens: 'Ik houd zo van koken en had een kind dat niets van eten moest weten'
Ik vermoedde dat ze geen kinderen had. Of misschien hoopte ik dat voor haar.
In de rij naast ons zat een moeder met twee kinderen. Ze keek me bemoedigend aan en zei: “Ze is vast gewoon moe. Geen stress.” Aan de vlekken op haar shirt zag ik dat ze er zelf ook al een ochtend op had zitten. Moeders herkennen elkaar daaraan. Spuug, snot en andere ondefinieerbare dingen ter hoogte van je schouder. Je hoeft verder eigenlijk niets van elkaar te weten.
Kinderen tussen één en twee jaar zitten midden in een fase waarin hun zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling is. Het deel van het brein dat helpt bij het remmen van impulsen, het verwerken van prikkels en het reguleren van emoties is nog lang niet uitgerijpt. Alles komt binnen. De drukte bij het boarden, het geluid van de motoren, mensen die langs elkaar bewegen, de beperkte ruimte en ouders die zelf ook net iets minder ontspannen zijn dan ze graag zouden willen uitstralen.
Wat voor ons een vlucht van een paar uur is, is voor een jong kind een opeenstapeling van indrukken waar het zelf geen enkele invloed op heeft. Wanneer daar vermoeidheid bovenop komt, loopt het systeem simpelweg over. Huilen is dan geen onwil of slecht gedrag, maar ontlading.
Een jong kind kan zichzelf nog niet kalmeren en heeft daar een volwassene bij nodig. Co-regulatie noemen we dat. Je helpt je kind de spanning dragen totdat het lijf weer tot rust kan komen. Niet door het huilen zo snel mogelijk te stoppen, maar door zelf dichtbij en zo rustig mogelijk te blijven.
Makkelijker gezegd dan gedaan wanneer je ondertussen een boze blik door een vliegtuigstoel heen voelt komen.
Caroline Beerkens over moederhaast: 'Het leven draait om schema’s, verantwoordelijkheden en onderbrekingen'
Ik wiegde Jones, zong zachtjes en probeerde mijn eigen spanning niet aan die van haar toe te voegen. Josh viste de fles van de grond. Ik zocht de panda tussen de tassen en propte haar doek tussen haar gezicht en mijn borst.
Het huilspektakel duurde uiteindelijk zes minuten. Voor de rest van het vliegtuig waarschijnlijk ook. Voor mij duurde het ongeveer drie werkdagen.
Toen viel ze ineens in slaap. Met haar fles, haar doek en haar panda tegen zich aan. Het magische trio. Ik durfde niet meer te bewegen. Mijn linkerbeen sliep, mijn arm lag in een hoek die niet lang verantwoord kon zijn en ik moest plassen, maar dat waren allemaal zorgen voor later. De rest van de vlucht verliep verbazingwekkend goed. Sam keek zijn film, Coco voorzag het vliegtuig van nog wat extra Stitch en Jones sliep door tot vlak voor de landing. Toen we uitstapten, gaven Josh en ik elkaar een high five. Tot we weer terug moesten.
Op de terugweg sliep Jones al voordat we waren opgestegen. Ik keek Josh tevreden aan. Kijk ons eens. Ervaren ouders. Alles onder controle. Na een half uur werd ze wakker en deed ze de rest van de vlucht geen oog meer dicht. Ze sprong, zong en gilde. Alles werd uit de tassen gehaald: handpoppen, boekjes, gekke stemmetjes, liedjes, koekjes en flesjes. Sam en Coco sliepen inmiddels en gaven de rest van de vlucht geen kik meer. Verraders.
Toen we landden, was ik de panda, mijn waardigheid en waarschijnlijk de helft van de Stitch-stickers kwijt. Gelukkig zat de vrouw van de heenweg niet ook op de terugvlucht. Een keer per jaar vliegen met drie kinderen is echt genoeg.
Toch kijk ik alweer naar de herfstvakantie.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Caroline Beerkens: 'Er komt een moment waarop mijn dochters ook gaan zien hoe vrouwen worden bekeken en besproken'

















