Kindertherapeute Caroline Beerkens (37) – zelf moeder van drie – geeft aan de hand van haar eigen ervaringen nuchter en praktisch advies over opvoeden. Deze week: alles over sprongetjes.

'Zodra je een beetje vertrouwt op het nieuwe ritme van je kind, verschuift het weer'
Het leven vóór half 9
Het is 5.40 uur als ik voor het eerst op de wekker kijk. Niet omdat hij afgaat, maar omdat de jongste geluid maakt. Ik houd mijn adem in, alsof stilte besmettelijk is, in de hoop dat ze zich nog een keer omdraait. Maar dit is zo’n geluid waarvan je meteen weet dat onderhandelen geen zin meer heeft.
Deze jongste is normaal gesproken de doorslaper. In een huis waar haar broer en zus jarenlang ieder uur even kwamen controleren of ik nog bestond, betekent doorslapen vooral dat het iets minder vaak gebeurt dan daarvoor. Maar vannacht ging ze minder lekker. Ze zat in een sprongetje.
Ik heb een hekel aan dat woord. Het klinkt alsof er iets lichts en vrolijks gebeurt, een hupje vooruit. In werkelijkheid betekent het dat je kind om 2.12 uur besluit dat het beter bij jou kan liggen, om 3.04 uur ontdekt dat dat toch niet goed ligt, om 4.18 uur dwars ligt en om 5.02 uur recht. En dat jij ondertussen probeert te onthouden hoe het voelt om langer dan anderhalf uur achter elkaar te slapen.
Ontwikkelingspsychologen over sprongetjes
Sprongetjes zijn bedacht door ontwikkelingspsychologen, mensen die grafieken maken van mentale sprongen. Ze beschrijven hoe baby’s ineens meer zien, meer begrijpen, meer verbanden leggen. Hun brein reorganiseert zich, nieuwe netwerken worden aangelegd, vaardigheden dienen zich aan. Dat is indrukwekkend. Alleen voltrekt die reorganisatie zich opvallend vaak midden in de nacht.
Het ene sprongetje volgt het andere op. Als je geluk hebt, zit er een week tussen waarin de nachten weer iets rustiger zijn en je bijna durft te denken dat er een nieuw ritme is gevonden. Maar zodra je daar een beetje op vertrouwt, verschuift het weer. Net wanneer je denkt dat je er bent, begint het opnieuw.
Slapen is een bijzaak
Zodra ze kan staan, wil ze oefenen. Zodra ze kan tijgeren, moet er gekropen worden. Elke nieuwe vaardigheid is urgent. Slapen is dan bijzaak. Wat gisteren werkte, werkt vandaag niet meer. Waar ze vorige week nog rustig tegen me aan lag, wil ze nu over me heen klimmen, zich optrekken aan mijn schouder, kijken of de wereld ook om vijf uur ’s ochtends al begint.
Volgens de theorie zijn dit tijdelijke fases. Volgens mijn lichaam voelt het vooral als een herhaling waarvan ik dacht dat ik hem al had uitgespeeld bij de vorige twee. Je bewondert de ontwikkeling, maar wel met een hoofd dat zwaar is van slaapgebrek en een lontje dat korter wordt naarmate de nacht langer duurt.
Vergeten
Het bijzondere is dat we dit later niet meer precies weten. Vraag het je moeder of je oma en het klinkt altijd zachter dan het was. Alsof de scherpe randjes eraf zijn gesleten. Neurobiologen beschrijven hoe hormonen rondom zwangerschap en kraamtijd niet alleen binding versterken, maar ook herinneringen kleuren. Het helpt dat we het vergeten. Anders zouden veel van ons nooit aan een tweede of derde kind beginnen.
Het is 5.42 uur als ik opnieuw op de wekker kijk. Dan hoor ik het onmiskenbare “Mamaaaa” uit de kamer naast ons. Ik sta op voordat ook de andere twee wakker worden en de ochtend officieel begint.
De baby krijgt een fles in bed terwijl ik onder de douche stap. We kleden ons samen aan. Beneden hoor ik de eerste voetstappen op de trap. Ontbijt. Tandenpoetsen. Tassen controleren. Trommels vullen. Er is altijd één sok kwijt en altijd iemand die zijn beker niet kan vinden. Om 7.50 uur zoek ik sleutels. Om 8.05 uur vind ik ze. Om 8.10 uur zitten we op de fiets. Rond 8.20 uur zet ik Sam af. Als het 8.30 uur is, drop ik Coco.
Dag moet nog beginnen
En elke ochtend verbaast het me dat de dag dan eigenlijk nog moet beginnen. Dat alles wat daarvoor gebeurde wordt samengevat als “de ochtend”. Het leven vóór half negen. Een volledig bestaan op zichzelf, met zijn eigen tempo, zijn eigen wetten, zijn eigen uitputting.
Morgen beginnen we gewoon weer opnieuw om 5.40 uur.
Wat te doen bij driftbuiten in het wild? Kindertherapeut Caroline Beerkens weet raadLees ook
Kindertherapeut Caroline Beerkens
Caroline Beerkens is kindertherapeut, schrijver, moeder van drie en woont met zanger Joshua Nolet. Ze schrijft (te) eerlijk over ouderschap. Opvoeden is in theorie een stuk overzichtelijker dan in het echte leven. In het voorjaar verschijnt haar boek ‘Waarom heeft niemand mij dit verteld?’ over eerlijk ouderschap.
















