Mijn vriend en ik keken zaterdag samen naar de documentaire Hoeksteen van de Samenleving. En ik voelde zoveel woede en frustratie. Niet omdat de documentaire slecht was. Maar omdat ik dit al jaren hoor. Elke dag. Van de stellen die tegenover mij zitten in onze praktijk. En omdat ik het zelf ook heb meegemaakt. Mijn vent ging na twee dagen weer werken bij de geboorte van onze dochter, nu zeven jaar geleden. Bij onze zoon, vijf jaar terug, waren het acht dagen. Ik dacht toen dat dat normaal was. Nu denk ik: hoe dan?
De ongelijke verdeling van zorg en werk na de komst van kinderen. De druk op moeders. De vaders die gevangen zitten in een kostwinnersrol die ze misschien zelf ook niet meer willen. Het klopt allemaal. En het was goed dat Susanne Donders de relatie aanstipte in de documentaire. Maar waarom vraagt niemand zich hardop af wat dit doet met de relatie tussen die twee ouders?
Als de verdeling scheefgroeit, groeit de afstand ook. Langzaam, ongemerkt, tot je op een dag naast elkaar leeft in plaats van samen. Niet omdat je niet van elkaar houdt, maar omdat niemand je ooit heeft geleerd hoe je dat bijhoudt onder druk, met kinderen, met twee banen en met alles wat het moderne gezin van je vraagt.




















