Nadat ik afgelopen zomer figuurlijk, en een beetje letterlijk, door mijn hoeven ging, koppelde de huisarts mij aan een psycholoog. Ik heb sinds twee jaar een geweldige huisarts bij wie ik tot aan mijn dood wil blijven.
Zij vond Suzan wel geschikt voor me, een intelligente vrouw, die sympathie toont maar niet helemaal in m’n ellende kruipt. Nog beter: Suzan vermijdt clichés en huis-tuin-en-keukentips voor een quick fix. Neemt niet weg dat het best gênant is om op je 50e nog op de bank bij dokter Rossi te moeten zitten. Maar ja, het is tegenwoordig de enige plek waar ik een uur over mezelf kán en mag praten.
Nog een slotfase die je als ouder onbewust meemaakt: 'Dit zeg je elk jaar, mam'
Ik zie Suzan met de door mij ingevulde papieren in haar stoel zitten, en grap bij binnenkomst: “En … zijn de eindresultaten al binnen?” Suzan glimlacht, heel even. Uit een schematische vragenlijst waar ik, zonder overdrijven, thuis uren zoet mee was blijkt dat ik hoog scoor op emotionele verwaarlozing, sociaal isolement én zelfopoffering. “Lekkere combinatie voor een ongelukkig leven”, zeg ik lachend als ik ook plaatsneem. Maar als Suzan hardop voorleest wat die varianten precies inhouden, raakt het me toch. Alleen bij de opsomming van het sociale isolement, komen er geen tranen.
“Tja, daar kies ik natuurlijk zelf voor.” “O ja?” Ik knik. “Ik kan goed alleen zijn en houd niet van oppervlakkige contacten”, zeg ik. “Ik geniet van mijn gezelschap en voel me juist eenzaam in grote groepen. Eigenlijk houd ik niet zo van mensen, in z’n geheel. Ik vermijd dat wat niet goed voor me is. Dat is best gezond, toch?” Suzan zegt niets uiteraard, want zij heeft geen oordeel. En juist omdat ze stil blijft, praat ik verder.
“Bovendien vind ik het ingewikkeld een ander iets te vragen. Zeker als ik het negen van de tien keer net zo goed zelf had kunnen doen. Ik wil niemand tot last zijn. “En Maaike …” Ze gebruikt mijn naam vaak, ze weet dat ik er gevoelig voor ben. “Zie je, als iemand jou om hulp vraagt, voelt dat dan ook als een last die de ander op jou legt?” “Nee, meestal niet.” “Waarom is het andersom dan wel zo, denk je?” vraagt ze. “Dat weet ik niet. Het is een enorme drempel om aan te geven dat ik iets niet kan. En dan een ander vragen het voor me te doen, dat druist in tegen mijn natuur.” Ik zucht. Het is waar, maar wat een onzin eigenlijk.
'Maar hij is echt veel te knap voor mij … dacht ik, nadat ik mijn ogen opende'
Suzan spreekt rustig, alsof ze uit een boek voorleest: “Je bent als kind emotioneel verwaarloosd en hebt ook geleerd dat behoeftes van anderen altijd voor die van jou gingen. En vorige week gaf je aan dat je weinig mensen vertrouwt met jouw problemen.” Klopt allemaal. “Dat is niet alleen trauma, maar simpelweg leren van recente ervaringen”, zeg ik omdat ik weinig behoefte heb aan terugblikken.
“En het overgrote deel van de mensen kan mijn ellende niet eens aan, denk ik.” Suzan staat op en doet het zonnescherm iets lager. Ik weet precies welke kant ze op wil: nóg dieper in mijn ziel kijken zonder gehinderd te worden. “Dit is precies waarom ik het moeilijk vind hulp te vragen. Toch heb ik daar de afgelopen weken flinke stappen in gezet, vind ik.” Enthousiast vertel ik over mijn boek dat ik uit ga geven maar waar ik nog kosten voor moet maken. Om dat te dekken ben ik een officiële crowdfunding gestart. “Gisteren is het live gegaan en dat vond ik best spannend. “Waarom?”
“Dan moet ik dus anderen actief om een bijdrage vragen. Geld dus! Mijn tekstberichtje aan vrienden, kennissen en familie begon letterlijk met de zin: ‘Ik heb je hulp nodig’. Dat was moeilijk.” “En hoe voelde het daarna?” “Nadat ik het verzonden had, kwam dezelfde dag nog een aanzienlijk bedrag binnen, inclusief lieve reacties. Het voelde alsof je een beetje terugkrijgt van alles wat je in de loop der tijd gegeven hebt.” Als het uur voorbij is, bied ik Suzan aan, dat als het boek gedrukt is, ik een exemplaar voor haar meeneem. Ze is afgeleid door papierwerk en mompelt iets onverstaanbaars. Misschien houdt ze niet van lezen, denk ik.
Bij thuiskomst word ik uitbundig begroet door mijn jongste dochter, die sinds de funding-aftrap de score fanatiek bijhoudt. “Jezus mam, iemand heeft zojuist een dikke donatie gedaan.” Na het eten, bekijk ik aan de achterkant van de website het verkeer. Precies op dat moment plaatst iemand een pre-order: Suzan.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Als kind verdien je een ‘andere, dierbare plek’, vooral als je thuis niet gezien wordt'
















