Het gaat mentaal een stuk beter met mijn vader sinds hij in het tehuis zit. Je kunt de criticus echter nooit uit deze man halen.
“Degene die mijn aanspreekpunt is, de boel leidt, die heb ik de afgelopen twee maanden nooit gezien of persoonlijk gesproken”, moppert hij als ik langskom.
'Als je bejaarde vader in nood is en je de monteur om hulp vraagt: 'Officieel mogen we dit niet doen''
Hij bedankt me voor het kliekje dat ik meebreng. Want hij luncht niet in het tehuis, heeft hij besloten, omdat het warme eten niet te verteren is. Zijn klachten over de natte brij worden niet serieus genomen, vindt hij. Dus haalt hij per scootmobiel lunch bij de supermarkt in het winkelcentrum.
“Pap”, probeer ik voorzichtig. “Je kunt klagen wat je wil, maar je hebt hier meer aanspraak en toezicht dan toen je alleen woonde. “Nou dat klopt, ik heb meer aanloop. Het is een stuk gezelliger.” Dat antwoord verrast me, want het is positief! Op dat moment komt een bewoner voorbijgeschoven in haar rolstoel. Als we haar keurig begroeten zegt ze niks, maar ze neemt wel ruim de tijd om ons aan te staren. “Nou dag hoor”, zegt m’n 87-jarige vader en geeft zijn deur een zetje. “Die oudjes zijn allemaal doof of te nieuwsgierig.”
'In no time gescheiden, Tinder uitgespeeld en nu in een 'situationship': hoe doet ze dat?'
Zijn brein is zo sterk verankerd met het negatieve dat hij zijn zware jeugd blijft herkauwen. Soms confronteer ik hem, vandaag laat ik pap rustig praten. Over dat hij als kind nooit erkend werd. En dat hij als achtjarige zijn moeder moest herinneren aan zijn verjaardag omdat ze het thuis vergeten waren. Het is een trieste waarheid, maar als je dit soort verhalen keer op keer hoort, word je er vanzelf een beetje immuun voor. Hij niet, ik wel.
Ik frummel aan de lantaarn die ik voor hem gekocht heb. Als je het licht aandoet, valt er sneeuw over de sneeuwpop in het midden. Volgens pap trekt het veel bewoners naar zijn kamer. “De laatste keer was hier die aardige, zwarte jongen”, zeg ik. Het was het type lange, dunne spijker. Hij was goedlachs en ik schatte hem nog geen twintig. “Die vond de sneeuwpop zo leuk. Hij was erg lief voor bewoners”, zeg ik.
“Klopt”, antwoordt pap. “Hij komt uit Oeganda, loopt stage en werkt van iedereen hier het hardst.” Dan schiet hem iets te binnen en hij lacht: “Gisteren wilde hij het verschil weten tussen jonge en oude kaas. Dus dat hebben we hem uitgelegd en laten proeven. We kregen de slappe lach omdat hij ‘oude’ als houten uitspreekt. Hij noemde het houten kaas.”
'De drempel om hulp te vragen is hoog, maar bij haar hoef ik die niet eens over'
Pap is goed geluimd, bijna vrolijk als hij over deze jongeman praat. “En hoe heet hij eigenlijk?” vraag ik. “Dat vergeet ik steeds”, zegt pap. “Het is best een moeilijke naam. Toen ik hem vroeg of hij leuke feestdagen achter de rug had, haalde hij verlegen z’n schouders op. Hij vertelde dat zijn ouders zijn doodgeschoten. Dat gebeurde voor zijn ogen en daarna is hij gevlucht.”
Pap vervolgt, met natte ogen: ”Hij heeft geen familie en is hier alleen.” “Och, wat vreselijk”, zucht ik. “En wat een prettig leven hebben wij dan toch he?” Pap, zichtbaar geëmotioneerd: “Domme lui in Nederland noemen zulke mensen gelukzoekers. Maar diezelfde gelukzoekers mogen wél onze bejaarde billen wassen.”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik heb hem vanochtend gesproken en nu is hij overleden'















