Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en onze nieuwe columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
Dochter videobelt: “Goedemorrr-gen”, rolt haar Gooise r me vanuit Enschede tegemoet. Ik schiet in de lach. Je kunt een meisje wel uit ‘t Gooi halen, maar ‘t Gooi niet uit het meisje. Dat blijkt. Zelf ben ik accentloos. Mijn vrouw en zoon? Nul komma nul Gooise tongval.
Dochter ratelt enthousiast dat ze tien minuten geleden wakker is gezongen door twintig meiden. In haar slaapkamer. Ze lag net in bed, na een pittige meeborrel met haar toekomstige dispuut. Een meeborrel – voor wie dat ook niet kent – is gezellig drankjes doen met leden van een dispuut, om te voelen of er een match is. Na de borrel volgde een heuse cocktailworkshop. “Behoorlijk Goois”, onderbreek ik haar verhaal. “Veel cocktails vooral”, lacht ze. Vervolgens dansten de dames de ochtend in. “Kort nachtje weerrr.”
'Dochter: 'Mannengriepje zeker? Gewoon overgeven en doorgaan, bij ons doen ze niet anders''
Het bekakte uit ’t Gooi heeft dochter nooit gehad. Het kan altijd erger, hé. Mijn vrouw werkte ooit een jaar – ze wilde even uit het onderwijs – bij een broodjeszaak in Laren. Nou ja, bij de ‘traitèèèùùùr’ zoals ze daar zeggen. Een sjieke dame bestelde een broodje filet met èèèùùù. Mijn vrouw vroeg een tikkie aarzelend of de dame ‘ei’ of ‘ui’ bedoelde. Geïrriteerd herhaalde ze dat ze toch heel duidelijk èèèùùù zei. De spanning steeg tot een kookpunt en met klam zweet op haar rug nam mijn vrouw de gok. Ze pakte een ei en belegde het broodje. Fout. “Ik zei toch èèèùùù!!!” mekkerde de vrouw woest en stampvoette weg.
De aanstekelijke ‘r’ van dochter komt niet uit de lucht vallen. Ze is geboren op hele dure vierkante meters, in Blaricum. Het epicentrum van ‘t Gooi. Oké, de weeën begonnen niet op het terras van Gordons lunchtentje, de vliezen braken niet tussen de sushi van The Red Sun en we puften niet naast borrelende BN’ers bij Moeke Spijkstra. Nee, dochter meldde zich in de zomer van 2006 in het minder mondaine Gooise ziekenhuis. Maar toch, daar zat misschien iets in het kraanwater.
Haar huidige habitat is Twente. Driekwart jaar alweer. In de mooie provincie van de ooo’s, aaa’s en eee’s (Hééé, mag ik een cóóó-l-ááá) blijft haar ‘r’’ fier overeind. Komt ook door haar leuke huisgenootjes. Gooi ‘Echte Gooische Meiden’ en ‘Gooische Moeders’ in de blender, mix de boel een halve minuut en je krijgt dit stralende studentenhuis. Het draait bij de dames geenszins om materiële bling bling. Ze hangen niet op designermeubels, hechten niet aan dure horloges en verplaatsen zich niet in Biro’s.
'Het liefst doe ik het ’s morgens of ’s middags, maar ik zeg ook geen nee in de avond'
Gelukkig is er nog genoeg Goois ‘over the top’ te vinden: de knalroze badkamer bijvoorbeeld. En het hele huis is één grote walk-in-closet. Kleding hangt, ligt en slingert all over the place. Bijkomend voordeel: als je er struikelt zorgen die bergen kleren voor een zachte landing. Knijp je ogen even dicht, beeld je de Zara in aan het einde van een drukke zaterdagmiddag, vermenigvuldig dat maal zes, et voilà!
Echte Gooische Studenten. Al komen de anderen niet eens uit ’t Gooi. Je zou er een realitysoap over kunnen maken. Een 2.0 versie van Pauline, Bo, en de rest van dat fijne clubje. Starring: Kees, Freek, Hans, Jaap en een nieuwkomer, zij krijgt nog een naam. Een jongensnaam. Traditie in dit meidenhuis. Die jongensnaam gebruiken ze consequent. Joost mag weten waarom. Zelf noem ik dochter inmiddels ook regelmatig Japie.
Net als bij de bekende Gooische vriendinnen maken de onderlinge verschillen de groep zo hecht. Ieder individu schittert in haar eigen rol en kent haar eigen kracht: zo is er de grappige gangmaker, de durfal die werkelijk nergens voor terugdeinst, de creatieve chaoot en de financiële planner die de rekening keurig op tijd betaalt.
“Weet je dat we vandaag, op de dag af een jaar geleden, samen op de Oude Markt zaten?” zeg ik. De reden toen? Met eigen ogen zien of Enschede een beetje op ‘ons Gooi’ leek. “Bij Moeke”, voegt lachend Kees toe. Ze zit op de bank naast dochter en kletst gezellig mee. Tegenwoordig sta ik op de speaker als ik beeldbel met mijn dochter. De huisgenootjes vinden onze gesprekjes wel grappig.
Daar, op dat terrasje, fantaseerden en dagdroomden we erop los en nu leeft zij de droom: die kamer in dat huis vol leuke meiden met jongensnamen, haar tweede thuis. Ver van mijn Gooi, maar mét haar rollende R!
De hele maand maart lees je op LINDA.nl/PAULINE alles wat gasthoofdredacteur Pauline Wingelaar belangrijk vindt.
'Regelmatig werpen ze me thuis voor de voeten dat ik ADHD heb, zelf ontken ik'

















