Van de zorg over haar kind tot klussen in huis: elke week schrijft Carolien Spaans voor LINDA. over alles waar je als alleenstaande moeder tegenaan loopt.
Ik dacht dat ik het achter me had gelaten. Ik heb het druk met werken, zorgen en de boel op de rails houden. Genoeg aan mijn hoofd dus en bovendien sta ik op mijn 47e mentaal sterker in mijn schoenen dan ooit. Dus waarom zit ik nu toch weer te zeiken over mijn uiterlijk?
‘Luuk vindt vakantieparken de beste plekken op aarde, bij mij halen ze het allerslechtste in me naar boven’
Ik zie mezelf voor de spiegel staan met een vertrokken gezicht, die péns, gadverdamme. Ik heb het met de ene vriendin over Ozempic (“Als je het gratis kreeg, zou je het dan nemen?”) en met de andere kijk ik na onze ochtendwandeling met de honden op haar stappenteller, pas bij 8.000 mogen we stoppen. Als ik met m’n ouders facetime zie ik vooral het losse vel van mijn nek, als ik zit de putjes in mijn bovenbenen. Ik baal, en als ik daarmee klaar ben, baal ik dat ik baal.
Het. Is. Niet. Meer. Belangrijk, zeg ik steeds tegen mezelf. Maar kennelijk lieg ik. Dat kritische oog is te ingesleten, niet alleen bij mij maar bij ons allemaal. We roepen tegen elkaar dat we prachtig zijn, maar vinden dat zelf niet. Kijk maar om je heen. Op mijn sociale media roepen lokale sportscholen op dat het nog zes, vier, twee weken duurt voor de zomervakantie begint, doe mee en je kan nog die paar kilo kwijt. De celebrities zijn weer graatmager, de tienermeiden lopen erbij alsof ze geairbrushed zijn, botox is net zo normaal als een pedicure en gisteren hing ik in een klimbos tussen een groep twintigjarige meiden die allemaal aan de lipfillers zaten.
Ik heb niks te klagen over hoe ik eruitzie, maar doe het wel. Toen ik 15, 25, 35 en 45 was, en over 10 en 20 jaar vast nog steeds. Waarom ben ik op mezelf zo kritisch terwijl ik andere vrouwen wel mooi kan vinden zoals ze zijn? Ik méén het als ik tegen die twee vriendinnen zeg dat ze prachtig zijn. Zij menen het ook als ze hetzelfde tegen mij zeggen. Maar onszelf geloven doen we niet, de meesten dan, met een speurend oog vinden we de fouten in plaats van te kijken naar waarmee we wel tevreden zijn. Vrouwen zijn nu eenmaal vrouwen, zo zijn we getraind.
Gisteren moest ik in Amsterdam zijn, de stad waar een serieuze ex woont. Terwijl ik daar liep, dacht ik steeds: als ik hem maar niet tegenkom. Niet om de logische reden – een nogal onprettige breuk – nee, ik was bang dat hij me zou zien en denken: zo hé, die is aangekomen. Ik geef niks meer om hem of zijn mening en toch keek ik om me heen alsof ik elk moment betrapt kon worden op mijn ‘fysieke verval’, en dat zet ik tussen aanhalingstekens omdat ik zelf ook wel weet dat er helemaal niks mis is met me, in theorie.
Ik zou iets aan mezelf kunnen doen. Botox heb ik vroeger wel gedaan, dus waarom nu niet? Ik sport niet, dus daar is winst te behalen. Als ik stop met roken kan ik Ozempic misschien wel betalen en een beetje filler in m’n bovenlip helpt tegen die verticale rimpeltjes. Maar ik wil het niet, ik doe het niet, ik vind dat ik mezelf moet accepteren zoals ik ben.
Dat streven is wél mooi.
'Ik ben blij dat ik niet meer de druk voel om naar bed te gaan met een partner: het uitstellen, de smoezen'

















