Van de zorg voor haar kind tot klussen in huis: elke week schrijft Carolien Spaans voor LINDA. over alles waar je als alleenstaande moeder tegenaan loopt.
“Hoe lang is het vliegen naar Thailand?” “Wie gaan er nog meer mee en zitten we dan al naast ze in het vliegtuig?” “Wat voor weer is het in Spanje, ongeveer 23 graden? Is de zee dan al warm genoeg?”
De vakanties zijn geboekt. In april een weekje naar Spanje, in de zomer drie weken naar Thailand, met een familiegroepsreis. Misschien hebben Luuk en ik dan aanspraak op ons eigen leeftijdsniveau (“Maar wat als iedereen Duits is? Ik spreek geen Duits behalve Scheisse”).;
'De kinderen in zijn klas blijven vragen naar zijn vader en hoe hij dood is gegaan'
Beide duren nog een eeuwigheid, maar mijn zoon is in een oceaan van voorpret gevallen en vuurt elke dag en de hele dag vragen op me af waarop ik geen antwoorden paraat heb. “Googel maar”, kan ik af en toe zeggen, maar ja: dan weet-ie dat Thailand twaalf uur vliegen is, maar we hebben een overstap, “en waar dan en hoelang duurt die en zijn de winkeltjes dan open?” Dit begint voordat ik ’s ochtends mijn ogen opendoe en hij onderbrak vannacht zelfs onze slaap met een prangende: “Waarom lopen olifanten in Maleisië wel op de weg en in Thailand niet en welke dieren wonen er allemaal in Spanje?” Gást.
Het is fantastisch dat hij er zo’n zin in heeft, maar inmiddels verlang ik naar een vakantie in eigen huis. Vliegtijd nul minuten, reisgezelschap twee katten en een hond, eten niet pittig. Héérlijk. “Denk je dat we vertraging hebben?” “Aap, voor de duizendste keer: mama kan niet in de toekomst kijken.” Dat snapt hij zelf ook wel, maar vroeger kon ik dat wel omdat zijn vragen toen een stuk simpeler waren en het leven ook. We gingen elke dag boodschappen doen en naar de speeltuin en met de treinbaan, dus de volgende dag uitspellen was een eitje. “Bood?” “Ja, broodje eten.” Klaar.
'Nog even en ik ben Luuk kwijt aan de puberteit. Dat is de natuur, maar een moederhart is dat ook'
Soms is het trouwens wél interessant, zo’n kruisverhoor, want dan steek ik er zelf nog iets van op. Gisteren kreeg Luuk opeens tsunami-paniek, geen idee uit welke krochten van YouTube hij dat had opgedoken. Lós ging-ie: wat gebeurt er precies, ga je sowieso dood, waar moet je dan heen als er geen berg is, zijn er ook kleine schattige tsunami’s et cetera.
Dus dat hebben we allemaal samen opgezocht, meteen een onderwerp voor zijn spreekbeurt geregeld. Ik denk dat we door alle voorkennis nu ook een goede overlevingskans hebben, mocht er deze zomer sprake zijn van ‘een reeks extreem krachtige en hoge golven die ontstaat door plotselinge verplaatsingen van het zeewater, meestal door aardbevingen, vulkaanuitbarstingen of aardverschuivingen op de oceaanbodem’. Vertrek naar de derde verdieping van een gebouw of zo ver mogelijk landinwaarts, wacht niet op officiële waarschuwingen, grijp iets vast wat drijft (ChatGPT, superhandig).
Maar goed, liever geen tsunami, want straks zit ik drie weken met die jongen in een ver land en ben ik zó moe van zijn “hoe lang is het nu nog rijden, wat is dat voor boom en wat denk je dat we straks gaan eten?”, dat mijn alertheid op terugtrekkend water ergens langs de weg ligt. Eerst maar eens de voorjaarsvakantie overleven. Gewoon hier, in Nederland, waar er geen verrassingen zijn en dus ook geen vragen. Ja, behalve die ene, de allerergste: “Wat gaan we doen vandaag?”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Voor het eerst in acht jaar sta ik in een café. Het is bloedheet en ik weet niet waar ik over moet praten'















