Ik vertel Joep, een goede vriend van mij, over de leuke man die ik laatst heb ontmoet. Lang verhaal kort: ik was blijkbaar de enige die de ander leuk vond. Kort na onze afspraak, die ruim zeven uur duurde, werd ik via een appje subiet in de friendzone gezet. Weg fijn gevoel en zelfs nagenieten was er niet bij.
“Maar… heeft hij daarna wel geappt of contact gezocht?”, vraagt Joep terwijl we samen uitgebreid lunchen. “Nou ja, dat hebben we beiden wel gedaan… ja.” Eigenlijk heb ik niet zo’n zin om in detail te treden, merk ik. Misschien omdat het me verdrietig maakt. Hoe kan iets goed voelen en dat ik het dan toch blijkbaar fout heb? Precies dat.
“Lieve Maaike, hoe vaak appen wij?” “Nauwelijks”, zeg ik lachend, “alleen als we een afspraak plannen.” Joep en ik hebben gemiddeld twee keer per maand contact over de app, via Instagram wel vaker. En als we elkaar tien keer per jaar zien, is dat veel. Toch is hij me ontzettend dierbaar. “Precies”, zegt hij bloedserieus. “Wij zijn échte vrienden, zo doe je dat dus met elkaar. Jij appt me niet ’s ochtends of ’s avonds voor een beetje aandacht.” Ik knik. “Dus dit,” en Joep maakt een soort denkbeeldige vierkant tussen ons op de tafel, “dit is een echte friendzone.”
“Heb je geflirt?”, gaat hij verder. “Dat weet ik niet. Niet bewust of zo.” Hij denkt even na en zegt: “Okay, dan deze vraag: heb je hem af en toe geplaagd en een beetje gemeen tegen hem gedaan?” “Eh ja, volgens mij wel”, lach ik. “Nou, dan heb jij geflirt meid, want zo doe jij dat.” Ik zucht. “Goed Joep, het probleem is… ik vind deze man dus wél leuk. En aantrekkelijk.”
“Ho! Stop. Dit exemplaar is jou niet waard. Echt. Kap eens met die gozers die alleen maar aftrekken en aanstoten.” Dan kijkt hij me aan, beledigd. Ik huil van het lachen. “Wat lach je nou?” “AFTREKKEN?” Ik maak het bijbehorende gebaar, en zeg dan aanstoten. Voordat ik daar een gebaar bij kan maken ligt ook Joep in een scheur. “NOU, JE SNAPT HEUS WAT IK DAARMEE BEDOEL, MAAIKE.”
Daarna probeert hij, zelf gelukkig getrouwd met de liefde van zijn leven, nog wat liefdesadvies te geven. “Als hij niet echt geïnteresseerd is, dan kap je met het contact. Geweldige vrienden heb je al. Daarnaast vind ik dat je soms op je social media de lat te hoog legt voor andere mannen.” “Pardon? Hoe dan?” “Al die stories van Idris Elba die je maar blijft posten…. Dat is toch niet realistisch? Bovendien vind ik daar wat van. Wat is er mis met witte mannen?”
“Jezus Joep, ik ben gewoon een fan. En mind you: iedereen heeft wel een bepaald ‘type’, maar dat wil niet zeggen dat je daar uiteindelijk verliefd op wordt.” (Ik weet dat Joeps vrouw qua uiterlijk niet per se zijn type is). “Nee, de vader van je kinderen is zeker niet zwart”, zegt hij. Joep is de enige vriend die op veel fronten van mijn privéleven op de hoogte is, ook van de gescheiden juridische ellende waar ik nu middenin zit.
“Wat heb je toch in godsnaam in die man gezien, eigenlijk?”, vraagt hij, terwijl hij het bodempje chablis in één teug naar binnen werkt. “Blijkbaar genoeg, want je hebt er wel twee kinderen mee.”
“Je kunt veel over en van de man zeggen”, zeg ik droog, terwijl ik m’n mond met een servet afveeg. “Maar hij deed niet aan aftrekken en aanstoten.”
Die houden we er, voorlopig, in.
